Sluiten
PBM: Ademhalings- en hoofdbescherming

Inleiding


Wanneer het gevaar bestaat dat de toelaatbare grenswaarden voor gevaarlijke stoffen in de omgevingslucht waarin je werkt, overschreden worden en de gevaarlijke stoffen het lichaam kunnen binnendringen of wanneer het zuurstofgehalte te laag is, is ademhalingsbescherming noodzakelijk. Er zijn twee soorten: de afhankelijke en de onafhankelijke ademhalingsbescherming.

Afhankelijke ademhalingsbescherming


Bij afhankelijke ademhalingsbescherming wordt de ingeademde lucht gewoon gefilterd via een masker. Filtermaskers kunnen nooit zelf voor zuurstoftoevoer zorgen en mogen alleen gebruikt worden bij kleine hoeveelheden van een gevaarlijke stof in de omgevingslucht.

De filters van de maskers zijn ofwel een vast deel van het masker (b.v. een mondkapje) ofwel een vervangbare filterbus. Er zijn twee soorten filtermaskers, stoffiltermaskers en gasfiltermaskers. Een stoffiltermasker beschermt alleen tegen stof of nevel, terwijl een gasfiltermasker kan beschermen tegen gas, damp, rook, nevel en stof.

Uitvoeringsvormen


Afhankelijke ademhalingsbescherming bestaat in verschillende soorten en uitvoeringen. Het snuitje is van textiel of papier. Het moet goed aansluiten, zodat je bij stevig in- en uitademen geen ┤tocht` voelt. Het snuitje mag je alleen gebruiken bij stof en niet bij gassen. Halfgelaatmaskers zijn meestal van rubber en sluiten passend aan de mond en de neus aan. De types voorzien van een inlegmechanisme mag je alleen gebruiken voor stoffilterbussen. Maskers met een schroefrand zijn ook geschikt voor gas- of dampfilters. Volgelaatmaskers worden op dezelfde manier gebruikt als halfgelaatmaskers, maar beschermen ook de ogen en het gelaat tegen eventuele inwerking van het gas.

Onafhankelijke ademhalingsbescherming


Bij onafhankelijke ademhalingsbescherming adem je niet de omgevingslucht in, maar neem je zelf je eigen lucht mee in een ademluchtcylinder (b.v. een persluchtfles die je op de rug draagt) of wordt er schone lucht aangevoerd via een slang. Dit soort maskers wordt onafhankelijke ademhalingsbescherming genoemd, omdat je niet meer afhankelijk bent van de omgevingslucht. Deze maskers worden gebruikt bij zeer giftige stoffen, bij hoge concentraties van gevaarlijke stoffen en in een omgeving met weinig zuurstof. Alleen als je medisch goedgekeurd bent en een speciale opleiding hebt gevolgd, mag je werken met zo een ademluchtmasker of verseluchtmasker. Verkeerd gebruik kan namelijk dodelijke gevolgen hebben.

Uitvoeringsvormen


Bij volgelaatsmaskers wordt de lucht toegevoerd vanuit een persluchtfles of ademluchtfles via een slang. Ook de ogen zijn meestal beschermd. Bij verseluchtkappen wordt de lucht aangevoerd via een compressor. De lucht dient dan nog gefilterd te worden. Verseluchtkappen worden over het hoofd gezet en op de borst luchtdicht afgebonden.

Veilig gebruik van ademhalingsbescherming


Werken met ademhalingsbescherming is niet makkelijk. Vraag daarom instructies en oefen eerst in een omgeving zonder gevaarlijke stoffen. De maskers moeten goed worden onderhouden en regelmatig worden schoongemaakt, omdat een verzadigde filter de gevaarlijke stoffen doorlaat. Laat je voor aanvang van de werkzaamheden altijd informeren over hoelang de filter mag gebruikt worden. Bij twijfel: BRENG EEN NIEUWE FILTER AAN! Controleer ook altijd vooraf of de filter die je gaat gebruiken geschikt is voor het gas of stof en controleer of het masker goed op je gezicht past. Als je met onafhankelijke ademhalingsbeschermingsmaskers werkt, moet je ook een aantal veiligheidsmaatregelen nemen. De lucht die via een compressor aangevoerd wordt naar verseluchtkappen moet altijd worden gefilterd.

Hoofdbescherming


Het enige middel dat het hoofd voldoende beschermt tegen vallende materialen of stoten is de veiligheidshelm. Op bouwplaatsen en bij bepaalde onderhoudswerkzaamheden is het dragen van een helm dan ook nodig en verplicht!

Veiligheidshelm


In verband met de veiligheidshelm, zijn er een paar dingen die je goed in het achterhoofd moet houden, want een defecte helm beschermt je niet of slecht en geeft je een vals gevoel van veiligheid. Controleer regelmatig of het binnenwerk van de helm nog goed is afgestemd op je hoofd. Vervang een helm die beschadigd is of een flinke klap heeft ge´ncasseerd. Het buiten- of het binnenwerk kan nl. kapot zijn, zonder dat je het kunt zien. Versier je helm ook niet met stickers of verf. Die kunnen de helm aantasten en evt. barsten onzichtbaar maken. Metalen helmen mogen in de industrie niet worden gebruikt, omdat die elektrisch geleidend zijn. Je helm moet ook regelmatig vervangen worden, de levensduur is afhankelijk van het materiaal en het gebruik, drie jaar voor polyethyleenhelmen en tien jaar voor helmen uit glasvezel. Leg je helm niet in de zon, het materiaal is nl. onderhevig aan UV-straling, waardoor het bros kan worden en dus minder stevig.