Sluiten
PBM: Lichaamsbescherming

Handbescherming


Bescherming van handen en armen kan door handschoenen of polsmoffen, evt. voorzien van een kap. Er bestaan handschoenen in allerlei materialen. Het is van belang het juiste materiaal te kiezen voor het juiste karwei.

Soorten


Er zijn veel verschillende soorten handschoenen, elk met een eigen specifieke bescherming, zoals kou, hitte, scherpe voorwerpen, straling, chemische producten, bijtende of sterk vervuilde producten en elektrische risicoīs. Je kan soms ook handschoenen dragen om je te beschermen tegen het risico op besmetting of ook om hygiŽnische redenen wanneer je in rechtstreeks contact komt met voeding.

Veilig gebruik


Let er wel voor op dat je geen handschoenen gebruikt in de buurt van draaiende onderdelen. De handschoen en dus ook je hand kan daardoor gegrepen en meegesleurd worden. Draag ook geen lederen of stoffen handschoenen bij het gebruik van chemicaliŽn. Draag de handschoenen op de juiste manier zodat chemicaliŽn niet in je mouw kunnen lopen. Versleten handschoenen en ook schoeisel dat met giftige stoffen in aanraking is geweest moeten worden vervangen.

Voetbescherming


Ook bij de voetbescherming is er voor ieder karwei en dus voor ieder risico een andere soort bescherming. We kennen veiligheidsschoenen en veiligheidslaarzen. Ze zijn uitgevoerd in kunsstof, rubber of leder en zijn verkrijgbaar in verschillende schachthoogtes.

Soorten


Goed veiligheidsschoeisel heeft een stalen neus om de tenen te beschermen, een stalen tussenzool om de voeten te beschermen tegen bijvoorbeeld spijkers en een antislipzool om te beschermen tegen uitglijden. Er zijn ook schoenen met speciale zolen en verschillende soorten sluitingen, b.v. om producten niet te beschadigen.

Veilig gebruik


Om veilig gebruik te kunnen maken van je veiligheidsschoeisel dien je ze regelmatig te onderhouden en eventueel in te vetten, zodat je schoenen waterdicht blijven. Natte schoenen mogen niet bij de verwarming worden gedroogd, anders gaan ze barsten. Versleten schoenen en ook schoeisel dat met giftige stoffen in aanraking is geweest, moeten worden vervangen.

Lichaamsbescherming


Naast de werkkledij die voor sommige functies binnen het bedrijf reeds bestaat, biedt een aangepaste beschermkleding een bijkomende en vaak noodzakelijke bescherming. Je vindt beschermkleding in allerlei modellen en materialen, zoals een overall, wegwerpkleding, doorwerkkleding, isolerend ondergoed, regenkleding en signaalkleding.

Soorten


De beschermende kleding die je draagt, moet specifieke bescherming bieden tegen speciale gevaren, zoals giftige stoffen, hitte, kou, straling en dergelijke.

Overalls zijn vooral bedoeld als bescherming tegen vuil. Als je werkt in hete omgevingen, of een werkplek waar vuur of een brandrisico is, moet je overall vervaardigd zijn uit onbrandbaar of brandvertragend materiaal.

Wegwerpkleding wordt na ťťn keer dragen weggegooid. Doorwerkkleding en isolerend ondergoed worden gebruikt voor werken bij lage temperaturen, vanwege de goede isolatie.

Signaalkleding wordt gebruikt wanneer de zichtbaarheid van de werknemer gegarandeerd moet worden, bijvoorbeeld bij wegenwerken.

Veilig gebruik


Om veilig gebruik van je lichaamsbescherming te garanderen mag je je kleding niet schoonblazen met perslucht. Hierdoor ontstaat extra zuurstof in de kleding dat weer extra brandgevaar oplevert! Vervuilde kleding moet direct gereinigd of omgewisseld worden. Kapotte kledij moet je meteen laten herstellen of gewoon vervangen. Je overall mag geen loshangende delen of wijde mouwen hebben, want die kunnen vastgeraken in bewegende of draaiende onderdelen van machines.

Valbescherming


Werken op hoogte houdt ernstige risicoīs in. Collectieve valbescherming (zoals randbeveiliging, leuningen en vangnetten) geniet de voorkeur boven persoonlijke valbescherming. Wanneer collectieve valbescherming niet mogelijk is, MOET je gebruik maken van persoonlijke valbeschermingsmiddelen.

Collectieve valbeveiliging


Wanneer werknemers het gevaar lopen bij hun werkzaamheden op hoogte naar beneden te vallen zijn collectieve valbeveiligingen nodig. De hoogte van waaraf deze verplichting geldt, verschilt van land tot land. Collectieve valbescherming bestaat uit randbeveiliging of leuningen. Als er geen leuningen aangebracht kunnen worden of als het gevaar bestaat over de leuning te vallen, bijvoorbeeld bij schuine daken, moeten er opvangelementen voorzien worden, zoals netten, die je kunnen opvangen als je valt. Deze netten hebben een minimale breedte en een maximale afstand tot de werkvloer.Collectieve valbescherming geniet de voorkeur boven b.v. een individuele valbeveiliging, maar als collectieve beveiliging niet mogelijk is, MOET je gebruik maken van persoonlijke valbeschermingsmiddelen.

Persoonlijke valbeveiliging en verankering


Een persoonlijke valbescherming bestaat uit een harnasgordel waarin de werknemer zit, een vanglijn die de schok moet dempen en de hoogte van de vrije val beperkt en een verankeringssysteem.
Het harnas is met een ring aan de vanglijn bevestigd. De vanglijn wordt bevestigd aan een meegaand of een statisch verankeringspunt.
Bij een meegaand verankeringspunt beweegt het verankeringspunt over een ankerlijn en blijft de vanglijn even lang maar kan de persoon ofwel horizontaal (b.v. bij dakwerken) ofwel verticaal (b.v. bij werken op een hoge ladder) bewegen doordat de verankering van de vanglijn mee met de persoon over de ankerlijn verschuift. Een ankerlijn kan horizontaal of verticaal geplaatst zijn (b.v. een metalen rail bij permanente werken in de hoogte zoals het reinigen van vensters). Bij plotselinge val blokkeert het verankeringspunt en is de val beperkt.
Bij een statisch verankeringspunt is de vanglijn bevestigd op een vaste plaats. Wanneer de persoon daalt of stijgt, wordt de vanglijn korter of langer met behulp van een oprolsysteem.

Remchute/non-chute


Bij een vast verankeringspunt kan de vanglijn bevestigd worden aan een remchute of een non-chute. Beiden zijn uitgerust met een oprolmechanisme dat er voor zorgt dat de vanglijn steeds straks blijft bij het dalen en stijgen. Het verschil tussen beiden is dat bij de non-chute de vanglijn blokkeert, de val wordt gedempt via een veersysteem maar het slachtoffer blijft ter plaatse hangen. Bij de remchute wordt de val geremd en zal het slachtoffer langzaam dalen tot op de grond.

Veilig gebruik


Minstens eenmaal per jaar moeten alle valbeveiligingsapparaten en harnasgordels worden gecontroleerd door een bevoegd persoon. Valbeveiligingsapparatuur moet na een val altijd gecontroleerd worden. Vanglijnen mogen niet vervuild zijn. Remchute, non-chute en harnasgordels moeten op een droge en schone plaats worden opgeslagen. Harnasgordels moeten goed passen en afgestemd zijn op de drager.