Home → Statistieken → Uitzendkrachten → 2006

2006

2006: lichte stijging van het aantal arbeidsongevallen van de uitzendkrachten

De lichte stijging van de frequentie van de ongevallen van uitzendkrachten in 2006 is geen verrassing voor wie het arbeidsmilieu van nabij opvolgt. Deze evolutie die eerst werd vastgesteld in de globale ongevallenstatistieken wordt bevestigd bij de uitzendkrachten. De inspanningen die de jongste jaren werden geleverd, hebben hun vruchten afgeworpen (de frequentiegraad daalde met 30% in 5 jaar). Een volledige analyse op basis van cijfers van PI en het FAO is beschikbaar.

2006: statistieken arbeidsongevallen interiemwerkers

 

 

In 2006 werden er 11.767 arbeidsongevallen (op de plaats van het werk) geteld met minimum één dag arbeidsongeschiktheid, waarvan

  • 4 dodelijke ongevallen,
  • 933 ongevallen met blijvende ongeschiktheid,
  • 215.972 dagen arbeidsongeschiktheid.


Één op de 42 uitzendkrachten had een arbeidsongeval met minimum één dag werkverlet en één op de 530 uitzendkrachten had een blijvende arbeidsongeschiktheid tengevolge van een ongeval op de werkplaats.

De frequentiegraad (Fg) van de arbeidsongevallen met uitzendkrachten neemt in 2006 met 3,7% toe in vergelijking met 2005, een stijging van 3,9% bij de arbeiders, tegenover een stijging van 5,8% bij de bedienden.

De werkelijke ernstgraad (Weg) van de arbeidsongevallen is lichtjes gestegen (+0,8%) voor alle uitzendkrachten samen. Bij de arbeiders blijft het cijfer nagenoeg gelijk, bij de bedienden is het cijfers met 4% gestegen.

De globale ernstgraad (Geg) daalde met 3,5% voor alle uitzendkrachten samen, een afname van 2,8% bij de arbeiders en 10,1% bij de bedienden.

Ten opzichte van 2005 stijgt het aantal blootstellingsuren bij de arbeiders met 13%, bij de bedienden met 14%.

Er is een opvallend verschil tussen de ongevallencijfers in de drie regio’s. De cijfers evolueren verschillend in Vlaanderen en Wallonië, maar de verschillen blijven zeer groot

Bij uitzendkrachten is het aandeel van de ongevallen met tijdelijke arbeids-ongeschiktheid belangrijker dan bij de totale populatie. Het aandeel van de ongevallen met blijvende ongeschiktheid is er veel lager dan bij de totale populatie. Dit leidt dan ook tot een lagere globale ernstgraad bij de uitzendkrachten in vergelijking met de totale populatie

Een diepgaandere analyse naar de oorzaken, omstandigheden en de gevolgen van de ongevallen, komen volgende factoren naar voren

  • Manuele behandeling en bewerking van goederen en producten geven aanleiding tot de meeste ongevallen, meestal met lichte kwetsuren
  • Glijden, vallen van voorwerpen, controle verliezen over gereedschap of materiaal dat behandeld wordt zijn de meest voorkomende afwijkende gebeurtenissen die aan de oorsprong liggen van een ongeval
  • De ledematen, in het bijzonder de vingers, zijn de meest kwetsbare lichaamsdelen
  • Ongevallen met voertuigen (op de weg en intern transport) en bewerkingsmachines veroorzaken de meest ernstige ongevallen