Home → Statistieken → Uitzendkrachten → 2007

2007

2007: lichte daling van het aantal arbeidsongevallen van de uitzendkrachten

De belangrijke inspanningen en de aandacht van de uitzendsector voor de vermindering van het aantal arbeidsongevallen hebben geleid tot een belangrijke vermindering van het aantal en de ernst van de ongevallen. De daling stagneert de laatste jaren, zodat meer gerichte acties naar probleemgebieden noodzakelijk zijn. Een volledige analyse op basis van cijfers van PI en het FAO is beschikbaar.

 

 

In 2007 werden er 12.683 arbeidsongevallen (op de plaats van het werk) geteld met minimum één dag arbeidsongeschiktheid, waarvan:

  • 3 dodelijke ongevallen
  • 897 ongevallen met blijvende ongeschiktheid
  • 235.203 dagen arbeidsongeschiktheid


Één op de 40 uitzendkrachten had een arbeidsongeval met minimum één dag werkverlet en één op de 530 uitzendkrachten had een blijvende arbeidsongeschiktheid tengevolge van een ongeval op de werkplaats.



In 2007 vertaalt de groei van de uitzendactiviteit in een toename van de gepresteerde uren met ongeveer 8% t.o.v. 2006 (12% bij de bedienden en 6% bij de arbeiders). In tegenstelling tot 2006, waar een lichte toename van de ongevallenfrequentie en de ernstgraad te noteren viel t.o.v. 2005, geeft 2007 een lichte daling van de frequentie, een status quo voor de werkelijke ernst en een gevoelige daling van de globale ernstgraad met 9,4%. Dit laatste is ondermeer het gevolg van de vermindering van het aantal dodelijke arbeidsongevallen (3 i.p.v. 4 in 2006).

De ongevallencijfers bij de bedienden zijn echter in stijgende lijn, dit in tegenstelling tot de arbeiders. Alhoewel het risico en de ongevallen bij de bedienden natuurlijk veel lager is bij de arbeiders vraagt ook de ongevallenvoorkoming bij bedienden meer en meer aandacht.

Het belangrijke verschil in ongevallencijfers tussen de regio’s, blijft net zoals voor de gehele werknemerspopulatie, bestaan.

De leeftijd van het slachtoffer is één van de belangrijkste factoren die het grote verschil in ongevallenfrequentie tussen de uitzendkracht en andere werknemers verklaren. De activiteit, de taken en het beroep van de uitzendkrachten bepalen mede in grote mate het aantal ongevallen, wat mede bevestigd wordt door de meer diepgaande analyse op basis van de gegevens afkomstig van het Fonds voor de Arbeidsongevallen.

Bij uitzendkrachten is het aandeel van de ongevallen met tijdelijke arbeids-ongeschiktheid belangrijker dan bij de totale populatie. Het aandeel van de ongevallen met blijvende ongeschiktheid is er veel lager dan bij de totale populatie. Dit leidt dan ook tot een lagere globale ernstgraad bij de uitzendkrachten in vergelijking met de totale populatie.

Bij een diepgaandere analyse naar de oorzaken, de omstandigheden en de gevolgen van de ongevallen, komen volgende factoren naar voren:

  • De wijze waarop het letsel ontstaat, is gebonden aan de soort activiteit die uitzendkrachten het meest uitvoeren: een snijdend werktuig, zich te stoten aan een vast of vallend voorwerp, de behandeling van goederen, gegrepen door bewegende delen van transportsystemen of machines, contact met gevaarlijke stoffen en kwetsuren tengevolge van fysieke belasting
  • Manuele behandeling en bewerking van goederen en producten geven aanleiding tot de meeste ongevallen, meestal met lichte kwetsuren
  • Glijden, vallen van voorwerpen, controle verliezen over gereedschap of materiaal dat behandeld wordt, zijn de meest voorkomende afwijkende gebeurtenissen die aan de oorsprong liggen van een ongeval
  • De ledematen, in het bijzonder de vingers, zijn de meest kwetsbare lichaamsdelen
  • Ongevallen met voertuigen (op de weg en intern transport) en bewerkingsmachines veroorzaken de meest ernstige ongevallen