Home → Wetgeving → Arbeidsrisico's → Chemische agentia

Chemische agentia

Op 13 februari verscheen een KB van 29 januari 2007 dat wijzigingen aanbrengt in de regelgeving over chemische agentia.

Een aantal nieuwe bepalingen zorgen voor een verduidelijking, o.a. qua risico-evaluatie en gezondheidstoezicht.

 

 

 

 

Wettelijk kader

 Het KB van 29 januari 2007 past het KB van 11 maart 2002 (BS 14 maart 2002) aan (in het kort: KB Chemische agentia op het werk). Het KB van 11 maart 2002 is de omzetting in Belgisch recht van richtlijn 98/24/EG van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico’s van chemische agentia op het werk. In de Codex vormt het hoofdstuk I (Chemische Agentia) van Titel V (Chemische, carcinogene, mutagene en biologische agentia).
De tekst is van toepassing op iedere arbeidsplaats en beroepsactiviteit waarbij chemische agentia in het algemeen betrokken zijn, ongeacht of die agentia ingedeeld zijn als ‘gevaarlijk’ of niet.

  

Risico-inventarisatie en -evaluatie

Het nieuwe KB heeft wijzigingen ingevoerd op het vlak van de risico-evaluatie. Er wordt verduidelijkt dat de risico-inventarisatie en -evaluatie het onderwerp moeten uitmaken van een schriftelijk document. Indien een verdere uitvoerige risico-evaluatie niet wordt uitgevoerd, geeft de werkgever hiervoor een schriftelijke verantwoording, waarin hij aantoont dat de aard en de omvang van de met chemische agentia verbonden risico's dit overbodig maken. Deze verantwoording moet nu ook worden voorgelegd aan het voorafgaand advies van het CPBW.


Bepaalde maatregelen zijn niet van toepassing als uit de risico-evaluatie blijkt dat de aanwezigheid in geringe hoeveelheid van een gevaarlijk chemisch agens slechts een klein risico vormt voor de werknemers en dat de preventiemaatregelen voldoende zijn om dit risico terug te dringen. Het betreft de maatregelen opgesomd in de afdelingen IV (bijzondere preventiemaatregelen), V (ongeval, incident en noodsituatie) en IX (gezondheidstoezicht).
Voortaan zullen de specifieke maatregelen (substitutie, collectieve en individuele bescherming,…) ingeschreven worden in het globaal preventieplan.
In geval de vertegenwoordigers van de werknemers in het comité de resultaten van deze risico-evaluatie betwisten, worden nu de concentraties gemeten en vergeleken met de GrensWaarden voor Beroepsmatige Blootstelling (GWBB).

 

Gezondheidstoezicht

Volgens het nieuwe KB "neemt de werkgever de nodige maatregelen om de werknemers die blootgesteld worden aan gevaarlijke chemische agentia te onderwerpen aan een passend gezondheidstoezicht". Het bevestigt dat het gezondheidstoezicht niet verplicht is indien uit de resultaten van de risico-evaluatie blijkt dat dit zonder enig nut is. De risico-evaluatie moet uitgevoerd worden in samenwerking met de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en voorgelegd worden aan het voorafgaand advies van het comité.

 

Uitzendsector

Er zijn geen specifieke of bijkomende bepalingen voor de uitzendsector. Vermits de risico analyse bepaalt wanneer een voorafgaande gezondheidsbeoordeling nodig is, zal de inlener gebruiker op de werkpostfiche moeten aangeven of voor een beaalde werkpost het medisch onderzeok van de utzendkracht noodzakelijk is.

Gebaseerd op een tekst van Willy De Craecker - PREVENT.

Meer informatie