Home → Wetgeving → Uitzendarbeid → KB Uitzendarbeid 2010

KB Uitzendarbeid 2010

Het Koninklijk Besluit van 15 december 2010 "betreffende  het welzijn van de uitzendkrachten op het werk" werd gepubliceerd in het BS van 28 december 2010. Dit KB werd opgenomen in de Codex onder Titel VIII: Bijzondere werknemerscategorieën en werksituaties;  hoofdstuk IV: Uitzendarbeid. In vergelijking met het vorige KB Uitzendarbeid (19 februari 1997) wordt de inhoud van de werkpostfiche verfijnd alsook voorzien in de oprichting van een centrale gegevensbank met de resultaten van de gezondheidsonderzoeken van uitzendkrachten.

 

Het KB Uitzendarbeid van 2010 is het resultaat van een unaniem advies van de sociale partners en bevestigt het algemeen principe dat:

  • de onderneming die de uitzendkracht gebruikt “de gebruiker” de eerste verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van de uitzendkracht die op zijn werkvloer werkt, en
  • dat deze uitzendkracht hetzelfde niveau van bescherming geniet als de andere werknemers van de onderneming.

 

Om deze bescherming te kunnen garanderen werden een aantal verplichtingen die te maken hebben met de specificiteit van het statuut, overgedragen aan het uitzendbureau.

 

Zo gaat het uitzendbureau verplicht na of de uitzendkracht voor de betrokken werkpost:

  • medisch geschikt werd verklaard,
  • de nodige inentingen heeft ontvangen.

 

Het uitzendbureau gaat ook na of de bepalingen rond moederschapsbescherming worden nageleefd.

 

De externe diensten krijgen toegang tot de gegevensbank om de resultaten van de gezondheidsonderzoeken in te brengen. De uitzendkantoren zullen via deze gegevensbank kunnen nagaan of een uitzendkracht reeds over een geldig medisch attest beschikt. Zo is een betere opvolging gewaarborgd en kunnen dubbele en onnodige onderzoeken vermeden worden.

 

Preventie en Interim staat in voor de uitwerking en het dagelijks beheer van de databank.