Home → Wetgeving → Uitzendarbeid → Wettelijke verdeling van de taken

Wettelijke verdeling van de taken

Samenvatting

Uitzendbureau, inlener-en opdrachtgever hebben elk hun eigen verantwoordelijkheid in het preventiebeleid. De wetgeving geeft een duidelijke omlijning van de taak en verantwoordelijkheid van elkeen. Op basis van deze verdeling moet eenieder bijdragen tot de veiligheid van uitzendarbeid.

Samenwerking tussen drie partners

Het uitzendbureau

  • stelt een uitzendkracht ter beschikking die beantwoordt aan de gestelde beroepskwalificaties;
  • verzekert de medische opvolging van de uitzendkracht indien de job het vereist;
  • geeft aan de uitzendkracht informatie over het bedrijf bij hetwelk hij gaat werken;
  • bezorgt een kopie van de werkpostfiche aan de uitzendkracht. Deze fiche informeert hem over de inhoud van het werk dat moet uitgevoerd worden, over de risico's inherent aan het werk, over de te nemen voorzorgsmaatregelen die moeten gerespecteerd worden en over de persoonlijke beschermingsmiddelen waarover hij moet beschikken en die hij dient te dragen.

De inlener


Het bedrijf waar de opdracht dient uitgevoerd te worden (of inlenend bedrijf)

  • bezorgt een volledig ingevulde en ondertekende werkpostfiche aan het uitzendbureau;
  • stelt de werkkledij en de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking van de uitzendkracht;
  • geeft informatie aan de uitzendkracht over :
    • de interne organisatie : refter, sanitair, nooduitgangen, maatregelen te nemen in geval van arbeidsongeval, het huishoudelijk reglement, ...
    • de Dienst Preventie en Bescherming op het Werk (PBW), het Comité Preventie en Bescherming, de spontane medische onderzoeken;
    • de job en de manier waarop deze dient uitgevoerd te worden;
    • de veiligheidsinstructies.

De uitzendkracht

  • controleert steeds of de informatie en de uitrustingen die werden bezorgd overeenstemmen met hetgeen vermeld staat op de werkpostfiche;
  • weet wat hij moet doen, hoe en met welke uitrusting. Hij volgt steeds de instructies op en aarzelt niet bijkomende toelichtingen te vragen aan de werkleid(st)er of aan de collega's indien hij twijfelt.
  • meldt risico's en gevaren aan de werkverantwoordelijke