Home → Wetgeving → Welzijn op het werk → Werken met derden

Werken met derden

Art 88-89 van de wet houdende diverse arbeidsbepalingen van 3 juni 2007 (BS 23 juli 2007).brengt wijzigingen aan Welzijnswet.

 

Voor werken met derden (contractorveiligheid) wordt een concretere invulling gegeven aan de verplichtingen van de tussenkomende partijen en wordt het principe van de ketenverantwoordelijkheid gehanteerd.

 

 

De wijziging heeft tot doel de bestaande reglementering inzake werken met derden (contractorveiligheid) en het werken op éénzelfde arbeidsplaats aan te passen. Ieders verplichtingen, verantwoordelijkheden en de beoogde doelstellingen worden duidelijker omschreven.

De actoren op het terrein kunnen zelf de wijze bepalen waarop zij de wederzijdse verplichtingen zullen nakomen zodat eventuele uitvoeringsbesluiten slechts van toepassing zijn wanneer er geen akkoord bestaat op dat vlak. Dit uit zich in het feit dat de nieuwe tekst bepaalt dat de vroegere verplichte tussenkomst van de koning voor het nemen van uitvoeringsbesluiten facultatief wordt. De partijen kunnen in de toekomst zelf bepalen (de facto is dit nu ook al het geval) hoe en volgens welke nadere regels ze zullen voldoen aan hun verplichtingen ter zake. Schieten deze regelingen tekort of worden in praktijk geen aanvaardbare initiatieven genomen, dan heeft de Koning nog steeds de mogelijkheid om regulerend op te treden.

Welzijnswet 96 : HOOFDSTUK IV. Afdeling 1. Werkzaamheden van werkgevers of zelfstandigen van buitenaf

De klassieke opdeling van het werken met derden, nl. werken met derden-werkgevers (de artikelen 8 en 9) en werken met derden-zelfstandigen (de artikelen 10 en 12) wordt verlaten. Een nieuwe indeling van artikelen wordt voorzien, waarbij de ‘aannemer’ de verzamelterm wordt voor de onderneming van buitenaf die in de inrichting van een werkgever werkzaamheden uitvoert conform een overeenkomst met deze werkgever. Het is hier van geen belang of die aannemer werkgever dan wel zelfstandige is. Bovendien wordt ook rekening gehouden met de realiteit van het komen werken van onderaannemers. Ook voor de relatie aannemer/onderaannemer is een regeling getroffen waarbij elke schakel in de keten een verantwoordelijkheid heeft ten opzichte van de volgende schakel.

Het begrip «aannemer» heeft een eigen betekenis gekregen die verschilt van deze bedoeld in hoofdstuk V betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen. Essentieel is het bestaan van een overeenkomst tussen ontvangende werkgever en aannemer en, in geval van onderaanneming, tussen (onder)aannemer en onderaannemer, die het mogelijk maakt dat werken worden verricht of activiteiten worden uitgeoefend in de inrichting van de ontvangende werkgever.

Nieuw (artikel 9 §1 3° en 5°) voor de ontvangende werkgevers is dat zij de gepaste maatregelen moeten treffen voor de organisatie van het aan hun inrichting specifiek onthaal van de werknemers van buitenaf. Zij dienen er ook zorg voor te dragen dat de aannemers de verplichtingen inzake het welzijn van de werknemers naleven die eigen zijn aan hun inrichting (bijv. algemene en/of specifieke veiligheidsprocedures van de opdrachtgever).

De verplichting (artikel 9, §2, 1°) voor de opdrachtgever om aannemers te weren van wie hij kan weten dat zij de wettelijke bepalingen inzake het welzijn van de werknemers niet naleven, blijft bestaan. Dit weren heeft betrekking op de fase voorafgaand aan het eventueel sluiten van een overeenkomst en bestaat erin geen overeenkomst met deze aannemers te onderschrijven zodat zij de inrichting niet kunnen betreden. Dit kan gebeuren op basis van een bevraging van de aannemers, de vaststelling dat zij niet beantwoorden aan bepaalde eisen van het lastenboek of dat zij al dan niet over een kwaliteitslabel beschikken (VCA, BeSaCC, OHSAS, enz.). Het kan evenzeer op basis van vaststellingen gedaan tijdens hun vorige aanwezigheden in de inrichting.

Artikel 10, § 1 legt verplichtingen op aan aannemers en onderaannemers die werkzaamheden komen uitvoeren in de inrichting van de werkgever:

  • de welzijnsverplichtingen eigen aan de inrichting van de opdrachtgever naleven en doen naleven door hun onderaannemers;
  • de informatie verkregen van de opdrachtgever aan hun werknemers en onderaannemers verstrekken;
  • informatie geven aan de opdrachtgever over de risico's eigen aan hun werkzaamheden;
  • medewerking verlenen aan de coördinatie en samenwerking.


Nieuw is dat de aannemer die een beroep doet op (een) onderaannemer(s), gelijkaardige verplichtingen heeft als de opdrachtgever (artikel 10 §2). Niet alleen moet hij onveilige onderaannemers weren maar hij moet met hen ook een overeenkomst sluiten. Daarin moeten gelijkaardige bepalingen staan als in zijn overeenkomst met de opdrachtgever. Dit houdt dus ook in dat de aannemer, indien de onderaannemer zijn verplichtingen niet of gebrekkig naleeft, de nodige maatregelen kan treffen, in de bij de overeenkomst bepaalde gevallen, op kosten van de onderaannemer

Bron : VBO