Home → Wetgeving → Welzijn op het werk → Werken op eenzelfde arbeidsplaats

Werken op eenzelfde arbeidsplaats

Art 86-87 van de wet houdende diverse arbeidsbepalingen van 3 juni 2007 (BS 23 juli 2007) brengt wijzigingen aan Welzijnswet Voor werken op eenzelfde arbeidsplaats wordt een meer concrete coördinatieverplichting ingesteld evenwel zonder een ‘hoofdverantwoordelijke’ aan te duiden.

 

 

Welzijnswet 96 : HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen betreffende tewerkstelling op eenzelfde arbeidsplaats of op aanpalende of naburige arbeidsplaatsen

De titel van hoofdstuk III en daarmee ook het toepassingsgebied wordt nu uitgebreid. De in artikel 7, § 1 bedoelde verplichtingen richten zich tot alle ondernemingen of instellingen die bedrijvig zijn op eenzelfde arbeidsplaats waar werknemers werken. Daarbij is het van geen enkel belang of zij zelf werknemers tewerkstellen. Een eenmanszaak (zelfstandige onderneming) of een advocatenkantoor zonder personeel, wordt evenzeer bedoeld als een bedrijf met meerdere werknemers of een openbare instelling of openbaar bestuur.

Typevoorbeelden zijn shoppingcomplexen, bedrijvencentra maar ook kantoren bezet door werknemers van verschillende werkgevers (verschillende juridische entiteiten in een gebouw).

De nu reeds in de regelgeving bestaande verplichting tot samenwerking en coördinatie wordt aangevuld met een verplichting tot informatie-uitwisseling tussen de partijen, welke inhoudelijk nader gepreciseerd wordt.

Het toepassingsgebied wordt in bepaalde gevallen nog uitgebreid tot aanpalende of naburige arbeidsplaatsen. Het moet dan wel gaan om arbeidsplaatsen gelegen in eenzelfde onroerend goed met gemeenschappelijke uitrustingen, toegangs-, evacuatie- of reddingsvoorzieningen. In dat geval werken de betrokken ondernemingen samen en coördineren ze hun optreden met betrekking tot het gebruik en desgevallend het beheer van die uitrustingen en voorzieningen.

Let wel het gaat hier steeds om situaties waarbij er geen aannemingsovereenkomst is tussen die verschillende werknemers. In dat geval is immers hoofdstuk IV van toepassing. Ook voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen geldt een apart regime (hoofdstuk V).


Bron : VBO