Situering
KB van 13.6.2005 (BS 14.7.05) vervangt het KB van 1995 (zie circulaire 99/09) over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en blijft Titel VII H. II van de Codex over het welzijn op het werk.
Er wordt meer nadruk gelegd op de verplichting van de werkgever om eerst alle maatregelen te nemen om de risico’s weg te nemen en te beperken, vervolgens collectieve beschermingsmaatregelen te nemen, en tenslotte, indien de risico’s onvoldoende kunnen vermeden worden moeten Persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt worden.
Voortaan mogen enkel nog veiligheidsharnassen (geen gordels) nog gebruikt worden als valbeschermingsmiddel.
Verplichtingen van de uitzendonderneming
Dit nieuw KB brengt geen enkele wijziging aan in de taakverdeling tussen uitzendkantoor van het uitzendkantoor en de inlener. De inlener blijft verantwoordelijk voor het ter gratis beschikking stellen, het onderhoud en de herstelling van de de PBM’s. Deze verantwoordelijkheid volgt uit de algemene bepaling van artikel 19 van de wet van Wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers en de CAO van 9/03/1998 betreffende de werk- en beschermingskledij van uitzendkrachten werd algemeen bindend verklaard door het K.B. van 8/10/1998 (B.S. 28/11/1998) en art., §3, 4° van de codex, titel VIII, H.IV. ;
Inhoud
De werkgever (de inlener, de gebruiker) is ertoe gehouden de risico’s inherent aan de arbeid op te sporen en de nodige materiële preventiemaatregelen te nemen
Indien de risico’s niet kunnen uitgeschakeld of niet voldoende kunnen beperkt worden door maatregelen, methodes of procédés op het gebied van de arbeidsorganisatie of collectieve en technische beschermingsmiddelen, en slechts in dit geval, moeten persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt worden.
Daarenboven is een lijst opgesteld (Bijlage II van het KB) van activiteiten en werkomstandigheden waar persoonlijke beschermingsmaatregelen moeten ter beschikking gesteld worden door de gebruiker.Telkens een persoonlijk beschermingsmiddel ter beschikking gesteld wordt, moet de gebruiker erover waken dat de werknemers de persoonlijke beschermingsmiddelen op een rationele manier gebruiken met respect van het algemeen hogervermeld principe.
Bijzondere verplichtingen van de werkgever - inlener
- Risicobeoodeling en keuze van PBM (art. 8-12)
- Bepalen van risico’s, werkomstandigheden en de kenmerken van de PBM om de risico’s te ondervangen
- Advies preventieadviseur en comité PBW
- Aankoop van PBM
- Bestelbon, CE markering
- Vereisten aan toebehoren niet gedekt door CE markering
- Gebruik PBM
- Toezicht op juist gebruik
- PBM blijft op de werkplaats, mag enkel naar huis meegenomen worden indien dit geen risico biedt voor de werknemer en werknemers tewerkgesteld zijn op ver van de onderneming gelegen plaatsen
- Lid van hiërarchische lijn wordt aangeduid om na te gaan of PBM voldoet voor de specifieke opdracht
- Informatie en opleiding werknemer : schriftelijk
- Algemene informatie nota over de PBM’s en hun gebruik
- Instructienota over gebruik, werking, nazicht, onderhoud, opslag en vervaldatum
- Getekend door preventieadviseur
- PBM tegen het vallen
- Alleen harnasgordel mag gebruikt worden als valbeveiligingssysteem
- Veiligheidsgordels en zitgorgels mogen gebruikt worden als positioneermiddel
- Eisen aan materiaal en verankeringspunten (art. 26)
- Keuring door EDTC (externe dienst voor technische controle): alle PBM tegen vallen moeten gekeurd worden wanneer ze een val van een persoon gestuit hebben, alvorens ze opnieuw mogen gebruikt worden. Daarenboven moeten de PBM die niet blijvend bevestigd zijn jaarlijks gekeurd worden. De werkgever moet de verslagen van deze keuringen ter beschikking houden van de inspectie.
Activiteiten en omstandigheden waarvoor het ter beschikking stellen PBM noodzakelijk is .
Indien de risico’s onvoldoende kunnen vermeden worden moeten PBM ter beschikking gesteld en gebruikt worden. Het KB geeft een informatieve lijst van werkzaamheden en omstandigheden
Deze lijst is integraal overgenomen uit het Koninklijk Besluit in de verdere tekst, van de circulaire de passages die een grondige wijziging hebben ondergaan tov van de oude tekst werden cursief afgedrukt.