Uitzendarbeid versus Covid-19

Intro

Tenzij je de afgelopen maanden op een andere planeet hebt gewoond, ben je, net als iedereen op aarde, bezorgd over Covid-19. Alle sectoren van onze samenleving zijn door dit virus getroffen en het spreekt vanzelf dat dit eveneens geldt voor de uitzendsector. Uitzendkantoren stellen ook vandaag uitzendkrachten ter beschikking aan de werkgevers in de verschillende sectoren. Preventie en Interim informeert, als Centrale Preventiedienst voor de uitzendsector, uitzendkantoren en gebruikers hoe uitzendkrachten veilig en gezond laten werken aan hun werkposten.  

De gevolgen van dit "coronavirus" zullen voor maanden of zelfs jaren niet volledig bekend zijn, maar één ding is zeker, er zal voor altijd een "voor" en een "na" Covid-19 zijn. De uitzendsector die ook vandaag snelle en flexibele oplossingen biedt voor personeelstekorten als gevolg van de huidige pandemie bevindt zich midden in deze hectische tijden.  

Terwijl bijna alle "administratieve" werknemers in de tertiaire en secundaire sectoren werden uitgenodigd (en vervolgens opgelegd) om te telewerken zijn er nog veel werknemers die als gevolg van de aard van hun taken niet kunnen telewerken. Zij blijven moedig hun opdrachten ter plekke uitvoeren ondanks een mogelijk risico van besmetting van Covid-19. Tot die groep behoren ook uitzendkrachten en jobstudenten. Het onderscheid tussen essentiële en niet-essentiële sectoren en taken betekent een verschil van aanpak in de strijd tegen een coronabesmetting. Daar waar bij niet-cruciale sectoren en niet essentiële taken er zeer strikte maatregelen door de overheid worden opgelegd, zijn de maatregelen voor de cruciale sectoren en essentiële diensten het resultaat van de door werkgever uitgevoerde risicoanalyse. 

Vandaag worden talrijke uitzendkrachten en jobstudenten ingezet om personeelstekorten in te vullen die door "vaste" werknemers in quarantaine werden achtergelaten. Zo werden de laatste weken een groot aantal uitzendkrachten - vaak jobstudenten die nu tijdens de noodgedwongen schoolsluiting thuis zijn - als extra ondersteuning ingezet in winkels en magazijnen.  

Deze periode heeft natuurlijk ook invloed op de opdracht van Preventie en Interim. Het team kreeg te maken met een veelheid aan vragen uit de sector over een ongekende situatie die zeer snel moest worden aangepakt. Preventie en Interim wil, net als iedereen, ook in deze hectische tijden zijn opdracht zo goed als mogelijk blijven vervullen voor de uitzendkantoren en alle uitzendkrachten die worden ingezet bij de verschillende gebruikers.  

Update 03/06 : Maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad

*** Copy/paste van de website van de Nationale Veiligheidsraad ****

Vandaag, woensdag 3 juni, heeft de Nationale Veiligheidsraad uitgebreid met de ministers-presidenten de overgang naar fase 3 van het afbouwplan vanaf 8 juni goedgekeurd. Zoals uit het dagelijkse verslag van de gezondheidsautoriteiten blijkt, zijn de indicatoren van onze gezondheidssituatie bemoedigend. De experts hebben daarom groen licht gegeven voor de start van deze nieuwe fase.

Dit betekent een radicale verandering in de aanpak ten opzichte van de regels die tot nu van kracht waren. Van nu af aan is vrijheid immers de regel en wat niet mag de uitzondering.

De activiteiten die verboden blijven, zullen dat zijn omdat ze ofwel een te nauw contact tussen mensen of massabijeenkomsten met zich meebrengen, ofwel omdat er nog geen protocollen - d.w.z. specifieke regels voor een sector - konden worden bepaald.

Deze nieuwe aanpak moet op twee niveaus worden begrepen. Ten eerste, het individuele gedrag (hoe moet ik me gedragen in het licht van mijn herwonnen vrijheid? ) en ten tweede, het reglementair kader dat van toepassing is op een georganiseerde activiteit (welke protocollen moeten professionals toepassen om een activiteit te organiseren?)

1. Wat het individuele gedrag betreft, zijn er zes gouden regels:

  • De hygiënemaatregelen blijven essentieel.
  • Buitenactiviteiten moeten waar mogelijk de voorkeur krijgen. Waar nodig moeten ruimtes voldoende worden verlucht.
  • Er moeten extra voorzorgsmaatregelen worden genomen voor mensen die tot een risicogroep behoren. Er wordt een charter opgesteld voor ouderen die vrijwilligerswerk doen om hun wat meer duidelijkheid te geven over de activiteiten die ze veilig kunnen doen.
  • De veiligheidsafstand blijft gelden, behalve voor mensen binnen hetzelfde gezin, voor kinderen jonger dan 12 jaar onderling en voor mensen met wie er nauwer contact is, d.w.z. de uitgebreide bubbel. Wie de veiligheidsafstand niet kan respecteren, moet een mondmasker dragen.
  • Het is mogelijk om wekelijks met 10 verschillende personen nauwer contact te hebben, bovenop de gezinsleden (=uitgebreide persoonlijke bubbel). Dit is een individueel recht. Deze 10 personen mogen elke week veranderen.
  • Groepsbijeenkomsten worden beperkt tot maximaal 10 personen, inclusief kinderen. Dit geldt voor alle bijeenkomsten, ongeacht of ze thuis of buitenshuis plaatsvinden (bijvoorbeeld in het park of op restaurant).
  • Georganiseerde sport- en nu ook culturele activiteiten onder begeleiding van een verantwoordelijke zijn beperkt tot 20 personen in juni en tot 50 personen in juli, op voorwaarde dat de veiligheidsafstand worden gerespecteerd.

2. Over het reglementair kader:

  • Alle georganiseerde activiteiten worden hervat, tenzij de herstart in een andere fase wordt gepland, met protocollen die zowel de gebruikers als het personeel beschermen. Deze protocollen worden bepaald door de bevoegde minister, na advies van de GEES, in overleg met de sector en, in het geval van noord-zuidaangelegenheden, met een interfederale aanpak;
  • De protocollen zullen tegen 1 juli worden geëvalueerd. Als er voor een subsector geen protocol bestaat, wordt een document online geplaatst met de algemene regels die op zijn minst van toepassing zouden moeten zijn;
  • Het wordt aangeraden om te telewerken als dat mogelijk is.

Horeca, sport en cultuur zijn de hoofdsectoren waarvoor belangrijke beslissingen zijn genomen.

Horecasector

De sector mag gedeeltelijk heropenen. Speelhallen (bv. casino's), banket- en receptiezalen zullen echter pas op 1 juli opnieuw open mogen. Wat betreft de banket- en receptieruimtes zal dit mogelijk zijn met een maximum van 50 personen, onder dezelfde voorwaarden als de catering. Nachtclubs mogen nog niet opengaan voor eind augustus, omdat er geen veiligheidsafstand kan worden voorzien.

Naast deze uitzonderingen zullen alle andere horecagelegenheden zoals cafés, bars en restaurants opnieuw opengaan, volgens een zeer nauwkeurig protocol.

De hoofdlijnen van dit protocol zijn onder andere:

  • een afstand van 1m50 tussen de tafels
  • maximaal 10 personen per tafel
  • elke klant moet aan zijn eigen tafel blijven zitten
  • de obers moeten een masker dragen
  • alle horecagelegenheden mogen tot één uur 's morgens openblijven, net zoals de nachtwinkels

Culturele sector

Vanaf 8 juni mogen culturele activiteiten zonder publiek worden hervat. Voorstellingen met publiek - inclusief bioscopen - kunnen vanaf 1 juli worden hervat, maar altijd volgens precieze regels met betrekking tot het beheer van het publiek, zoals het respecteren van de veiligheidsafstand in het publiek en maximaal 200 aanwezigen.

De organisatie van de activiteiten moet zodanig worden gepland dat te grote bijeenkomsten, bijvoorbeeld buiten de zaal, worden vermeden.

Wanneer mensen deelnemen aan culturele - maar ook vrijetijdsactiviteiten - is het dragen van een masker te allen tijde aan te bevelen.

Sportieve en nu ook culturele activiteiten die worden georganiseerd en begeleid door een verantwoordelijke zijn beperkt tot 20 personen in juni en 50 personen in juli, met inachtneming van de veiligheidsafstanden.

In deze twee sectoren - maar niet alleen daar - zullen de zeer geleidelijke heropening en de daarmee samenhangende voorwaarden de rendabiliteit bemoeilijken. Op federaal en regionaal niveau werken we, naast de uitbreiding of aanpassing van de generieke maatregelen ter ondersteuning van de economie, momenteel aan een reeks gerichte maatregelen om bepaalde sectoren te helpen.

Sportsector

Vanaf 8 juni kunnen de contactloze sportactiviteiten worden hervat, indoor en outdoor, amateur of professioneel, competitie en training. Sportzalen en fitnessruimtes mogen ook heropenen, mits het protocol in acht wordt genomen.

Maar:

  • Contactsporten (bv. judo, boksen, voetbal enz.) moeten altijd beperkt blijven tot 'contactloze' trainingen.
  • Wat de sportfaciliteiten betreft, zullen de protocollen ook moeten worden gevolgd. Kleedkamers en douches zullen nog steeds niet toegankelijk zijn.
  • Zwembaden, sauna's en wellnesscentra moeten in dit stadium gesloten blijven.

Nog wat de sport betreft, is alles vanaf 1 juli weer toegestaan, op voorwaarde dat de protocollen worden nageleefd.

Zowel in de culturele sector als de sportsector zal vanaf 1 juli een zittend publiek van maximaal 200 personen - ongeacht de grootte van de zaal - zijn toegestaan, met inachtneming van de veiligheidsafstanden en altijd met strikte naleving van de protocollen.

Erediensten

Religieuze erediensten of levensbeschouwelijke bijeenkomsten mogen vanaf 8 juni worden hervat, met inachtneming van onder meer de volgende regels:

  • De veiligheidsafstand moet worden nageleefd met een maximum van 100 personen.
  • Vanaf juli wordt dit aantal uitgebreid tot 200, naar analogie met de culturele en sportsector.
  • Rituelen met fysiek contact blijven verboden.

Reizen

Vanaf 8 juni is het mogelijk om in België uitstappen van één of meerdere dagen te doen.

Vanaf 15 juni zal België zijn grenzen openen voor reizen naar en vanuit de Europese Unie, met inbegrip van het Verenigd Koninkrijk en de vier andere Schengenlanden (Zwitserland, Liechtenstein, IJsland en Noorwegen). Elk land beslist echter zelf of het zijn grenzen al dan niet opent. Om de situatie in het land van bestemming te kennen, is het daarom raadzaam de website van Buitenlandse Zaken te raadplegen. De voorwaarden voor reizen buiten Europa moeten nog worden vastgesteld in het licht van de evolutie van de gesprekken op Europees niveau.

Vrije tijd en ontspanning

Vrijetijds- en ontspanningsactiviteiten zijn toegestaan vanaf 8 juni, met uitzondering van conferenties, pretparken en binnenspeeltuinen, die pas vanaf 1 juli mogen worden heropend.

Bijeenkomsten

Culturele en vrijetijdsactiviteiten moeten zodanig worden georganiseerd dat bijeenkomsten worden vermeden. Het dragen van een masker is te allen tijde aan te bevelen.

Bijeenkomsten (bv. kermissen, dorpsfeesten etc.) blijven tot 1 augustus verboden en mogen dan geleidelijk aan weer worden hervat. Grote massa-evenementen zullen daarentegen tot en met 31 augustus verboden blijven, zoals eerder aangekondigd.

Aan het begin van de zomer zal een online evaluatie-instrument beschikbaar worden gesteld voor organisatoren die willen weten of ze een evenement kunnen organiseren en onder welke voorwaarden.

Fases 4 en 5 van onze afbouwstrategie vinden plaats in juli en augustus, als de epidemiologische situatie het toelaat.

Update 13/05 : Maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad

Vandaag, woensdag 13 mei, is de Nationale Veiligheidsraad (NVR) uitgebreid met de ministers-presidenten bijeengekomen. De NVR heeft op basis van het verslag van de experts van de GEES beslist om vanaf 18 mei fase 2 van het afbouwplan op te starten.

In deze fase gaat het vooral over de geleidelijke heropstart van de lessen voor bepaalde leerlingen in het basis- en secundair onderwijs onder strikte organisatorische voorwaarden. De kleuterscholen blijven in dit stadium gesloten en het hoger onderwijs heeft het einde van het academiejaar al georganiseerd samen met de gemeenschapsoverheden.

Een tweede aspect in deze fase is cultuur. De NVR heeft beslist dat musea en culturele bezienswaardigheden - historische gebouwen en monumenten, kastelen, citadellen - vanaf 18 mei weer open kunnen, op voorwaarde dat ze een online of telefonisch ticketingsysteem opzetten en de nodige maatregelen nemen om te vermijden dat het te druk wordt. Bibliotheken blijven open, onder dezelfde voorwaarden als nu.

Wat het economische leven betreft – daar is beslist dat de contactberoepen in deze fase hun activiteit kunnen hernemen, onder bepaalde voorwaarden. Zo moeten ze werken op afspraak, een mondmasker of mondneusbescherming dragen (personeel en klanten) en moeten ze de veiligheidsafstand tussen de klanten respecteren. Verder mogen er - met instemming van de lokale overheden - opnieuw markten worden georganiseerd. Die markten mogen maximaal 50 kramen hebben, er moet een circulatieplan worden opgesteld en de veiligheidsafstand moet altijd gerespecteerd worden. Het dragen van een masker of mondneusbescherming is verplicht voor de marktkramers en hun personeel en wordt ook voor klanten sterk aanbevolen.

Tot slot zijn er nog een aantal andere beslissingen genomen met betrekking tot sport en vrije tijd. Trekpleisters in de natuur, zoals dierenparken, zullen ook weer open mogen gaan, op voorwaarde dat ze een online of telefonisch ticketingsysteem invoeren om de toegang voor het publiek te beperken, een circulatieplan opstellen en dat cafetaria's en restaurants gesloten blijven, net als attracties en speeltuinen. Reguliere sporttrainingen en -lessen in de buitenlucht en in clubverband mogen worden hervat, als ze de veiligheidsafstand respecteren en als er een coach aanwezig is. De groepen mogen niet groter zijn dan 20 personen en sportclubs mogen alleen heropenen op voorwaarde dat alle maatregelen worden genomen om de veiligheid van de sporters te waarborgen. Wat huwelijken en begrafenissen betreft, zal het mogelijk zijn om vanaf 18 mei een maximum van 30 personen te ontvangen op plechtigheden, onder bepaalde voorwaarden, waaronder het respecteren van de veiligheidsafstand. Het is echter niet toegestaan om na de plechtigheid een receptie te organiseren.

De volgende stap in het afbouwplan zal niet vóór 8 juni plaatsvinden. En na fase 3 zullen er nog meer fases volgen. Er zijn veel activiteiten die weer opstarten en dat heeft een impact op de contacten tussen mensen. Het is de bedoeling om mensen gespreid in de tijd hun gewoontes weer te laten opnemen, om dat zo veilig mogelijk te kunnen doen.  

Het gedetailleerde plan voor de geleidelijke afbouw van alles wat sport en cultuur is, zal worden gecommuniceerd zodra er een akkoord over is met de GEES. Hetzelfde geldt voor de geleidelijke hervatting van de toeristische activiteiten en de heropening van restaurants, terrassen en cafés.

We zullen ook moeten bekijken in welke fase en onder welke voorwaarden we de sociale contacten kunnen uitbreiden, zomerstages en jeugdkampen kunnen laten doorgaan, erediensten kunnen laten hernemen en manifestaties en evenementen van diverse omvang kunnen laten doorgaan.

We kunnen u nu al zeggen dat alle culturele, sportieve, toeristische en recreatieve evenementen verboden zijn tot en met 30 juni.

Update 06/05: Maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad

Vandaag, woensdag 6 mei, is de Nationale Veiligheidsraad, uitgebreid met de ministers-presidenten, bijeengekomen om de nieuwe fase van de afbouwstrategie, namelijk fase 1b, die op 11 mei van start gaat, te valideren, te vervolledigen en te verduidelijken. De experts hebben groen licht gegeven voor deze nieuwe fase naar aanleiding van een aantal gunstige criteria op dit moment, namelijk het aantal ziekenhuisopnames per dag, de gemiddelde trend van deze ziekenhuisopnames die lager is dan de voorgaande weken, het aantal bedden op intensieve zorg, testing en tracing. Deze criteria zullen een rol blijven spelen bij de geleidelijke afbouw.

Om tegemoet te komen aan de eenzaamheid en de moeilijkheden die de fysieke afstand met zich meebrengt, heeft de Nationale Veiligheidsraad in de eerste plaats beslist om vanaf aanstaande zondag een verdere uitbreiding van de sociale contacten toe te staan.

Op dit moment is het mogelijk om buiten af te spreken met twee mensen - altijd dezelfde -, voor een wandeling of om samen te sporten. Deze mogelijkheid is nog steeds van toepassing.

Vanaf 10 mei mag elk gezin thuis maximaal vier personen - altijd dezelfde - ontvangen. Om het aantal contacten te beperken om de verspreiding van het virus niet te bevorderen, verbinden de bezoekers zich ertoe slechts met één gezin af te spreken. Het doel is om het aantal gezinnen (mensen onder hetzelfde dak) die mekaar ontmoeten tot een minimum te beperken en een zo groot mogelijke wederkerigheid te garanderen.

En dit onder de volgende voorwaarden:

  • De veiligheidsafstand moet uiteraard worden nageleefd met de bezoekers.
  • Als mensen een tuin of terras hebben, is het beter om dit bezoek buiten te organiseren.
  • Het is duidelijk dat geen bezoek kan worden toegestaan als een gezinslid of één van de bezoekers ziek is.
  • Speciale aandacht moet worden besteed aan oudere en kwetsbare mensen.

Dit systeem maakt het ook makkelijker om op te sporen wie met wie contact heeft gehad mocht één van de personen besmet zijn met COVID-19.

We zullen de mogelijkheden om deze contacten uit te breiden blijven evalueren terwijl we de verschillende fasen doorlopen. Dit zal niet tegen 18 mei mogelijk zijn.

Op 11 mei zullen we ook de winkels heropenen. Deze heropening zal - net als altijd - moeten plaatsvinden met strikte inachtneming van de volgende regels:

  • Net als voor de winkels die al open zijn, zal slechts 1 klant per 10m² worden toegestaan en dit voor maximaal 30 minuten. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleinere winkels.
  • Elke klant wordt ten zeerste aanbevolen om in de winkels bescherming te dragen die de neus en de mond bedekt. In ieder geval moet de veiligheidsafstand worden gerespecteerd.
  • Werkgevers zijn verantwoordelijk voor de gezondheid en de veiligheid van hun werknemers en moeten alles in het werk stellen om veilige werkomstandigheden te garanderen.

Om drukte te vermijden, zal iedereen zijn boodschappen alleen moeten doen. Een uitzondering wordt gemaakt voor kinderen jonger dan 18 jaar - zij mogen door een ouder worden begeleid - en voor mensen die hulp nodig hebben. Het is ook aan te raden om naar de winkels te gaan die zich in een stad of gemeente in de buurt van uw huis of werkplek bevinden. Daguitstapjes en toeristische activiteiten blijven verboden. Ook bijeenkomsten zijn nog altijd verboden. De lokale autoriteiten zullen ervoor zorgen dat de veiligheidsafstand in de openbare ruimte wordt gehandhaafd en zullen de nodige maatregelen nemen. Er moet voorrang worden gegeven aan mensen ouder dan 65 jaar, mensen met beperkte mobiliteit en aan het zorgpersoneel.

U mag gebruik maken van het openbaar vervoer als u geen alternatief heeft. Het doel is om degenen die er het meest nood aan hebben, toegang te geven tot het openbaar vervoer.

Contactberoepen buiten de medische en paramedische zorg mogen helaas hun activiteit nog niet hernemen.

Ook de markten zullen in deze fase niet kunnen worden hervat. Alleen individuele marktkramen (food en non-food) zullen worden toegestaan, en dit door de lokale autoriteiten en op de gebruikelijke locaties. Zoals overal zal de veiligheidsafstand moeten worden gerespecteerd.

Helaas zullen de cafés, bars, restaurants en de feest-, recreatieve, culturele en toeristische plaatsen ook in deze fase gesloten blijven.

De volgende fase is op dit moment voorzien voor 18 mei. De gemeenschappen en de onderwijswereld werken al samen om te zorgen voor een geleidelijke hervatting van de lessen in het basis- en het secundair onderwijs.

In de tussentijd zullen we samen met de deskundigen de haalbaarheid en de voorwaarden bepalen voor:

  • de hervatting van de markten
  • de heropening van musea, bibliotheken, dierentuinen etc.
  • de heropening van beroepen met fysiek contact zoals kappers
  • de uitbreiding van het aantal aanwezigen op bruiloften en begrafenissen
  • de hervatting van de sporttrainingen in open lucht. De hervatting van sport- en culturele evenementen zal ook door de experts worden geanalyseerd op basis van de door de bevoegde ministers voorgelegde werkzaamheden, om een nauwkeuriger tijdschema voor de verschillende fasen te kunnen voorstellen.
  • de kwestie van de daguitstappen, de tweede verblijven of de vakantiewoningen zal aan de orde komen tijdens de voorbereiding van fase 3 (geschatte datum: 8 juni)
Update 30/04: Mb Maatregelen Covid-19

30 APRIL 2020. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

Artikel 1.

Artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:

" § 1. De handelszaken en de winkels zijn gesloten, met uitzondering van:

  1. de voedingswinkels, met inbegrip van nachtwinkels;
  2. de dierenvoedingswinkels;
  3. de apotheken;
  4. de krantenwinkels;
  5. de tankstations en de leveranciers van brandstoffen;
  6. de telecomwinkels, met uitsluiting van winkels die enkel accessoires verkopen, maar enkel voor noodgevallen, waarbij ze slechts één klant per keer mogen ontvangen en dit op afspraak;
  7. de winkels voor medische hulpmiddelen, maar enkel voor noodgevallen, waarbij ze slechts één klant per keer mogen ontvangen en dit op afspraak;
  8. de doe-het-zelfzaken met een algemeen assortiment die hoofdzakelijk bouwgereedschap en/of bouwmaterialen verkopen;
  9. de tuincentra en boomkwekerijen die hoofdzakelijk planten en/of bomen verkopen;
  10. de gespecialiseerde detailhandelszaken die kledingstoffen verkopen;
  11. de gespecialiseerde detailhandelszaken die breigarens, handwerken en fournituren verkopen;
  12. de groothandels bestemd voor professionelen, maar enkel ten gunste van deze laatsten.

De nodige maatregelen moeten getroffen worden om de regels van social distancing te respecteren, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

§ 2. De toegang tot grootwarenhuizen, doe-het-zelfzaken met een algemeen assortiment, tuincentra en boomkwekerijen, alsook tot groothandels bestemd voor professionelen kan enkel plaatsvinden overeenkomstig de volgende modaliteiten:

  • maximum 1 klant per 10 vierkante meter gedurende een periode van maximum 30 minuten;
  • in de mate van het mogelijke wordt individueel gewinkeld.

§ 3. Voedingswinkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren.
Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 22u00.

§ 4. De markten zijn verboden, behalve voedselkramen die onontbeerlijk zijn voor de voedselvoorziening in gebieden die geen commerciële voedselinfrastructuren hebben.

§ 5. De inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, recreatieve, sportieve en horecasector worden gesloten.

Het terrasmeubilair van de horecasector moet naar binnen gebracht worden. Levering van maaltijden en maaltijden om mee te nemen zijn toegestaan.
In afwijking van het eerste lid mogen open blijven:

  1. de hotels en aparthotels, met uitzondering van hun eventuele restaurants, vergaderzalen en recreatiefaciliteiten;
  2. de noodzakelijke infrastructuren voor de uitoefening van fysieke activiteiten in open lucht die geen fysieke contacten impliceren, met uitzondering van de kleedkamers, douches en cafetaria's."

Art. 2.

Artikel 2 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:

" § 1. Telethuiswerk is aanbevolen bij alle niet-essentiële ondernemingen, welke grootte zij ook hebben, voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent.

Indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de ondernemingen de nodige maatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. Deze regel is eveneens van toepassing op het vervoer georganiseerd door de werkgever.

§ 2. De ondernemingen nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de toepassing van de regels voorzien in de eerste paragraaf te garanderen of, indien dit niet mogelijk is, een minstens gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden.

Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan, die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.

Deze passende preventiemaatregelen worden op ondernemingsniveau uitgewerkt en genomen met inachtneming van de regels van het sociaal overleg in de onderneming, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken werknemers, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

De ondernemingen informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.

Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming geldende preventiemaatregelen toe te passen.

§ 3. De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die gelden in ondernemingen overeenkomstig paragrafen 1 en 2.

§ 4. De lokalen en werkplaatsen van de ondernemingen zijn enkel toegankelijk voor het publiek in het kader van relaties tussen professionelen onderling en tussen professionelen en overheden, en onder de voorwaarden bedoeld in de paragrafen 1 en 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de ondernemingen en diensten waarvan de opening voor het publiek toegelaten is overeenkomstig artikel 1."

Art. 3.

Artikel 3 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met drie leden, luidende:

"Sectoren en werkgevers behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten en die hun activiteiten niet hebben onderbroken en die zelf reeds de nodige veiligheidsmaatregelen hebben genomen, kunnen de generieke gids bedoeld in artikel 2 gebruiken als inspiratiebron.

De lokalen en werkplaatsen van de ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten zijn toegankelijk voor alle publiek, maar enkel binnen de grenzen voorzien in de bijlage van dit besluit en voor zover de interacties met het publiek niet kunnen plaatsvinden op afstand. De regels van social distancing moeten in de mate van het mogelijke worden nageleefd.

Het vierde lid is niet van toepassing op de ondernemingen en diensten waarvan de opening voor het publiek toegelaten is overeenkomstig artikel 1."

Art. 4.

Artikel 4 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:

"Het openbaar vervoer blijft behouden. De burger is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd."

Art. 5.

Artikel 5 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:

"Worden verboden:

  1. de samenscholingen;
  2. de privé- en publieke activiteiten van culturele, maatschappelijke, feestelijke, folkloristische, sportieve en recreatieve aard;
  3. de ééndaagse schooluitstappen;
  4. de meerdaagse schooluitstappen;
  5. de activiteiten in het kader van jeugdbewegingen, op en vanaf het nationaal grondgebied;
  6. de activiteiten van de erediensten.

In afwijking van het eerste lid, worden toegestaan:

  • begrafenisceremonies, maar enkel in aanwezigheid van maximaal 15 personen, met een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon en zonder de mogelijkheid van blootstelling van het lichaam;
  • burgerlijke huwelijken, maar enkel in het bijzijn van de echtgenoten, hun getuigen en de ambtenaar van de burgerlijke stand;
  • religieuze huwelijken, maar enkel in het bijzijn van de echtgenoten, hun getuigen en de bedienaar van de eredienst;
  • religieuze plechtigheden die zijn opgenomen met de bedoeling ze via alle beschikbare kanalen te verspreiden en die alleen met maximaal 10 personen plaatsvinden, met inbegrip van de personen die voor die opname verantwoordelijk zijn, met het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, en voor zover de plaats van eredienst tijdens de opname voor het publiek gesloten blijft;
  • wandelingen en fysieke activiteiten in open lucht die geen fysieke contacten impliceren, alleen of in het gezelschap van personen die onder hetzelfde dak wonen en/of in het gezelschap van maximum twee, steeds dezelfde, andere personen, met respect van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon;
  • ritten te paard, en dit enkel met het oog op het welzijn van het dier en met een maximum van twee ruiters."

Art. 6.

Aan het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID - 19 te beperken, wordt een artikel 8ter toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Het dragen van een mondmasker of elk ander alternatief in stof om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen."

Art. 7.

Artikel 10 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID - 19 te beperken, wordt vervangen als volgt:

"Inbreuken op de bepalingen van de artikelen 1, 4, 5, 8 en 8bis worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid."

Art. 8.

Artikel 13 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:

"De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot en met 10 mei 2020.

In afwijking van het eerste lid, is de maatregel voorzien in artikel 5, eerste lid, 4° van toepassing tot en met 30 juni 2020, en is de maatregel voorzien in artikel 7 van toepassing tot en met 8 juni 2020."

Art. 9.

Dit besluit treedt in werking op 4 mei 2020.

Brussel, 30 april 2020.

P. DE CREM

Bijlage

Update 24/04: Maatregelen over heropstart

Op 24 april heeft de Nationale Veiligheidsraad de eerste voorlopige lijnen van de geleidelijke heropstart van de ondernemingen uitgestippeld. De heropstart zal van 4 mei tot 8 juni in drie fasen gebeuren.
De volledige tekst van de genomen maatregelen is hier beschikbaar (belgium.be> Home »Nieuws» Maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad van 24 april 2020).   

Hieronder de belangrijkste inlichtingen die relevant zijn voor de uitzendsector:
Alle inperkingsmaatregelen die sinds half maart genomen werden om de verspreiding van het Covid-19-virus tegen te gaan, blijven gehandhaafd tot en met 3 mei e.k. Pas vanaf deze datum kan het land stap voor stap met de heropstart beginnen als de omstandigheden dit toelaten.

Zoals medegedeeld door de Veiligheidsraad:  

“Elke maatregel die niet uitdrukkelijk geschrapt werd, blijft gehandhaafd.” 

  • Het respect voor beperkte bewegingen en social distancing (veiligheidsafstand tussen individuen en beperking van contact) moet worden gehandhaafd
  • Het dragen van een masker (zelfs een sjaal of bandana) voor de mond en neus wordt sterk aanbevolen in openbare ruimtes en VERPLICHT bij het nemen van het openbaar vervoer.

De Belgische autoriteiten hebben aangekondigd dat ze elke burger minimum "een standaard" mondmasker zullen bezorgen.

Aangaande de « business » wereld wordt van de werkgevers (gebruikers, particulier en openbare sector) verwacht dat zijzelf hun werknemers van de nodige bescherming voorzien mocht dit van toepassing zijn.  

Grote bijeenkomsten moeten vermeden worden tijdens deze periode.  

  • Indien mogelijk zich verplaatsen via eigen verplaatsingsmiddelen (met de fiets, de wagen, te voet, enz.) om het openbaar vervoer over te laten aan de personen voor wie het “een must” is.  
  • Indien mogelijk de spitsuren vermijden. 

 Fase 1 – a (verwacht vanaf 4 mei) 

Voorde industrieën, de ondernemeingen en de werkgevers:

Telewerk blijft de norm.

Mocht het onmogelijk zijn om de social distancing op de werkplek te respecteren, is de strikte naleving van gezondheidsaanbevelingen (het dragen van een mondmasker, hygiëne, enz.) vereist.

De Groep van Tien heeft een algemene gids opgesteld met richtlijnen aan sectoren en werkgevers als voorbereiding op een veilige herneming van hun activiteiten. Deze gids vindt u terug op dezelfde pagina.

Voor winkels en HoReCa

De reeds vastgestelde maatregels blijven van kracht.

Fase 1 – b (verwacht vanaf 11 mei) 

Vanaf 11 mei kunnen alle winkels * in het koninkrijk opnieuw geopend worden, maar dit moet gebeuren onder de dwingende inachtneming van de voorwaarden die binnenkort gespecificeerd zullen worden

* Opgepast, dit zijn winkels die geen fysiek contact met de klant hebben! Commerciële kapperszaken, barbiers, massagesalons, enz. maken geen deel uit van deze fase. 

Fase 2 (verwacht vanaf 18 mei) 

Voor de winkels met fysiek contact = de mogelijke opening wordt nog geanalyseerd. Dit geldt ook voor musea. Scholen zouden ook geleidelijk heropend worden, maar dit zal niet geldig zijn voor alle leerlingen en de details van deze fase moeten nog verder uitgewerkt worden.

Fase 3 (ten vroegste vanaf 8 juni) 

Deze fase is nog niet erg gedetailleerd, het betreft de heropening van de restaurants, de bars en cafés, evenals de geleidelijke hervatting van sociale zomeractiviteiten (vakanties, stages, jeugdbewegingen, toerisme, enz.)

Enige zekerheid: alle evenementen zoals festivals zijn geannuleerd tot en met 31 augustus e.k.

Voor meer inlichtingen over Covid-19, de maatregelen die door de autoriteiten zijn genomen, de meest recente gezondheidsinformatie: https://www.info-coronavirus.be/nl/

1) Veilig aan het werk tijdens de coronacrisis: affiches en schema’s

In het kader van een geleidelijke terugkeer naar een meer "normaal" leven na deze pandemiegolf van Covid-19, heeft de FOD WASO een lijst van affiches en schema's gepubliceerd die bedoeld zijn om mensen in staat te stellen veilig te werken op de werkplek.

Dit alles is hieronder beschikbaar en omvat affiches, herinneringen mbt de social distancing, visueel materiaal voor op de werkplek (signalisatie, instructies, enz.).

Download gewoon het materiaal dat u nodig hebt, print het uit en plaats het op uw werkplek, zodat iedereen - werknemers, uitzendkrachten, bezoekers - het werk kan hervatten (of voortzetten) in de best mogelijke omstandigheden op het gebied van gezondheid en veiligheid.

Het virus is niet verdwenen. Het is nog steeds bij ons en circuleert. De golf is inderdaad voorbij, er zijn minder besmettingen, minder doden, maar we mogen onze inspanningen niet laten varen. Deze affiches en schema’s worden hier medegedeeld om u te herinneren aan de juiste te ondernemen acties en de correcte te verspreiden informatie op uw werkplek teneinde de risico's van een tweede golf te minimaliseren en iedereen te beschermen.

Affiches

Affiche: Veilig aan het werk

Affiche: Hou overal minstens 1,5m afstand (tips)

Affiche: Hou overal minstens 1,5m afstand (visuele voorstelling)

Affiche: Pas de preventiemaatregelen van je werkgever toe

Affiche: Was je handen regelmatig met water en zeep

Affiche: Gebruik indien mogelijk enkel je eigen werkmateriaal

Affiche: Werk thuis als je kan

Affiche: Ga naar huis als je ziek bent

Schema’s uit de generieke gids

Schema: EHBO

Schema: Handen wassen en desinfecteren

Schema: Social distancing

Schema: Beperk de grootte van de teams

Schema: Beperk de rotatie in samenstelling

Schema: Organisatorische maatregelen

Schema: Preventiestructuur

Schema: Uitwisselen van informatie

Visueel materiaal voor op de werkplek (signalisatie, instructies)

Affiche: Buiten gebruik

Affiche: Verbodsbord

Affiche: Pijl naar beneden

Affiche: Pijl naar boven

Affiche: Pijl naar rechts

Affiche: Pijl naar links

Affiche: Was je handen voor en na de pauze

Affiche: De capaciteit van deze vergaderzaal werd aangepast

Affiche: Denk aan je collega's, laat de handgel hier staan

Affiche: Dit lokaal is gereinigd

Affiche: Dit lokaal werd gebruikt en is nog niet gereinigd

Affiche: Gebruik deze trap alleen om naar beneden te gaan

Affiche: Neem de trap langs de rechterkant

Affiche: Hoe ontsmet ik mijn handen met handgel?

Affiche: Hoe was ik mijn handen met water en zeep?

Affiche: Maximum 2 personen per lift

Affiche: Maximum 2 personen tegelijk in de kleedkamer

Affiche: Maximum 4 personen tegelijk in de kleedkamer

Affiche: Niet zitten

Affiche: Ontsmet je handen voordat je de deur opent

2) Generieke gids, sectorgidsen en checklist

GENERIEKE GIDS

PI vestigt de aandacht op een generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan(V2), die is tot stand gekomen door de samenwerking van de sociale partners in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

De gids is bedoeld om de ondernemingen bij te staan bij de stapsgewijze heropbouw van de activiteiten en kan zowel de hiërarchische lijn als de werknemers helpen bij een heropstart in alle veiligheid. 

Deze gids reikt een kader met maatregelen aan die op maat moeten worden ingekleurd door de onderscheiden sectoren en door elke werkgever, om er voor te zorgen dat activiteiten opnieuw kunnen worden opgestart in zo veilig en gezond mogelijke omstandigheden. 

PI wil hier ook graag verwijzen naar de publicatie van het Europees Agentschap voor gezondheid en veiligheid: COVID-19: BACK TO THE WORKPLACE - Adapting workplaces and protecting workers ”. Dit document is momenteel enkel in het Engels beschikbaar, maar is een zeer nuttig hulpmiddel in deze tijden. Zodra een versie van deze publicatie in onze landstalen beschikbaar is, zullen we dit op deze pagina delen. De inhoud van deze publicatie is ook beschikbaar onder de vorm van een wiki op dit adres. 
 

SECTORGIDSEN

Naast deze generieke gids zijn er ook sectorspecifieke gidsen uitgewerkt.

Hieronder vind je de meeste beschikbare sectorgidsen of protocol. Deze werden opgesteld op basis van een gemeenschappelijke beslissing door de leden van een paritair comité:

(bron: website FOD WASO)

CHECKLIST GENERIEKE GIDS

Hier vind je een checklist die gebaseerd is op de generieke gids en je kan gebruiken om de aanbevelingen uit de generieke gids toe te passen in je bedrijf : de "checklist" van de generieke gids

En de officiële Covid-19 preventieposter.

3) De werkpostfiche blijft een standaard uitwisselingsdocument

Zoals door de regering aangekondigd is de herstart van de bedrijven voorzien op 4 mei e.k. Maar eerst zal de gebruiker zijn huiswerk van risicoanalyse moeten maken.  

Bovenop de risicoanalyse van een werkpost op de werkplek moet de werkgever vandaag ook rekening houden met het voorkomen van besmetting door het coronavirus 

Dit vraagt nieuwe extra maatregelen van de werkgever zoals oa. het maximaal kunnen respecteren van social distancing, het voorzien van extra hygiënische maatregelen (vb. sanitaire voorzieningen voor het wassen van handen, alcoholgel, reinigingsprogramma’s), alertheid voor werknemers met symptomen van Covid-19, en misschien ook het dragen van mondmaskers. Deze maatregelen zijn een extra op de al bestaande genomen maatregelen met name de veiligheids- en gezondheidsrisico’s verbonden aan een werkpost op een werkplek.    

Verschillende leden hebben aan PI de vraag gesteld of de werkpostfiche moet worden aangepast ? Of m.a.w. moeten deze extra maatregelen op de werkpostfiche worden aangeduid ? 

In de Codex welzijn op het werk vind je een overzicht van biologische agentia (Cin 2015 01). Het coronavirus is géén gezondheidsrisico “verbonden aan een werkpost maar is een gezondheidsrisico verbonden aan volksgezondheid, m.a.w. een ziekte die je kan krijgen door met zieke mensen in aanraking te komeni. Je kan het coronavirus dus vergelijken met andere ziekten zoals het griepvirus, mazelen, ed. De maatregelen tegen een mogelijke coronabesmetting hebben geen plaats op de werkpostfiche. De werkpostfiche is een standaarddocument gebaseerd op Codex bijlage X.2-1 “Uitzendarbeid” waarin alleen veiligheids- en gezondheidsrisico’s (zoals veiligheidspost, verhoogde waakzaamheid, ploegenarbeid, ed.) verbonden aan een werkpost worden genoteerd.  

Kortom, de extra maatregelen die de werkgever vandaag moet voorzien overstijgen de “werkpostfiche” op zich. Het is een algemeen corona-beleid van de gebruiker-werkgever dat los staat van de werkpostfiche en geldt voor alle werknemers, alle bezoekers en externen die in zijn bedrijf komen. Ook voor de uitzendkrachten is de gebruiker verantwoordelijk m.b.t. het handhaven van de besmetting tegen het coronavirus op het werk 

In de  Generieke gids om de verspreiding van Covid-19 op het werk tegen te gaan ” staat letterlijk : “Uitzendkrachten moeten dezelfde werkwijze hanteren en dezelfde instructies krijgen als de eigen werknemers van de onderneming waar zij werken; zij moeten ook op dezelfde wijze worden behandeld,  bv. wat beschermingsmiddelen betreft (blz. 35 - Hoofdstuk “Werken met werknemers of zelfstandigen van buitenaf of met meerdere werkgevers op eenzelfde arbeidsplaats).  

Hoe als uitzendkantoor dit pragmatisch aanpakken?    

=> Een oplossing is de “Toolbox Covid -19” met de checklists van PI <=

4) Toolbox Covid-19

De werkpostfiche is een standaard uitwisselingsdocument tussen uitzendkantoor, gebruiker en uitzendkracht. In de huidige situatie is het belangrijk dat het uitzendkantoor zijn uitzendkracht vrijwaart tegen een mogelijke coronabesmetting bij de gebruiker. Aanvullend bij de werkpostfiche zal het uitzendkantoor dan ook bij de gebruiker informeren of er extra maatregelen werden genomen ivm Covid-19. 

TOOLBOX COVID-19

Preventie en Interim stelt in zijn Toolbox Covid-19 volgende documenten ter beschikking voor de uitzendsector: 

  1. Vragenlijst uitzendkantoor: alvorens de uitzendkracht tewerk te stellen bij de gebruiker is het aangewezen om een toetsing (administratief) te doen in hoeverre de gebruiker rekening houdt met Covid-19 op zijn werkplek. De vragenlijst is een hulpmiddel voor de consulent welke hij/zij kan bezorgen aan de gebruiker waarop deze dan kan antwoorden. Het is niet de bedoeling om controle uit te voeren. Dat laten we over aan de inspectie. De informatie van de gebruiker wordt samen met de werkpostfiche toegelicht aan de uitzendkracht als een eerste onthaal van de uitzendkracht door de consulent.

  2. Checklist Gebruiker: is een mogelijk hulp voor de gebruiker om het onthaaldocument voor de uitzendkracht uit te breiden met de extra maatregelen m.b.t. Covid-19.

  3. Checklist Uitzendkracht: een checklist voor de uitzendkracht waaruit hij kan opmaken welke maatregelen er voor hem zijn voorzien door de gebruiker. Uitgaande de checklist kan de uitzendkracht weten of er rekening werd gehouden met de opgelegde maatregelen door de overheid. Indien dit niet het geval is zal de uitzendkracht zijn uitzendkantoor hiervan op de hoogte brengen die dan de nodige gevolgtrekkingen maakt.  (English version of this checklist)

  4. Basisregels tegen Covid-19

De “Toolbox Covid-19” vindt u binnenkort ook terug op www.werkpostfiche.be

5) Temperatuurmeting

Mag ik als werkgever de temperatuur meten van werknemers die de onderneming binnenkomen?

De FOD WASO publiceerde op haar website op 13 mei een antwoord op deze veel gestelde vraag. Je vindt het via https://werk.belgie.be/nl/faqs/vragen-en-antwoorden-coronavirus bij het thema “welzijn op het werk”.

De werkgever, via zijn hiërarchische lijn en/of elke andere persoon (hulpverlener, onafhankelijke verpleger, beveiligingsmedewerker, etc.), mag de temperatuur niet meten. Een werkgever mag ook niet eisen dat een bekwaamheidsattest uitgeschreven door de behandelende arts voorgelegd moet worden, net zoals hij zelf ook geen tijdelijke arbeidsongeschiktheid of ziekteverlof mag opleggen.

Het opnemen van de temperatuur om een coronabesmetting te detecteren heeft een twijfelachtig nut en kan veel valse resultaten opleveren (zowel valse positieve als negatieve). Bovendien is het een medische handeling die enkel door de behandelende arts of de arbeidsarts mag uitgevoerd worden.

Gedurende deze crisisperiode, stelt de Arbeidsinspectie evenwel dat het kan aanvaard worden dat temperatuurmetingen zouden toegelaten zijn volgens de procedure gelijkaardig aan die voorzien door CAO 100 van de NAR (4, 8 en 14), namelijk dat de eventuele beslissing om opsporingstesten (…) in te voeren in de onderneming opgenomen moet worden, met alle modaliteiten die opgevolgd zullen worden in dit kader, in het arbeidsreglement via de gebruikelijke procedure.

6) Mondmaskers

Mondkapjes zullen een belangrijke rol spelen bij het versoepelen van de huidige coronamaatregelen. Wanneer de maatregelen geleidelijk zullen afgebouwd worden zal de overheid het dragen van een mondmasker hoogst waarschijnlijk aanraden in elke situatie waar mensen geen veilige afstand van elkaar kunnen houden.

Deze mondkapjes (zoals chirurgische mondmaskers) zijn bedoeld om mensen in de nabije omgeving van de drager niet te besmetten. Ze zijn niet bedoeld en niet geschikt als persoonlijk beschermingsmiddel van de drager van het mondkapje. Ze verminderen enkel het risico om het virus onder elkaar door te geven. Chirurgische mondmasker die voldoen aan de strenge Europese norm (EN14683) bieden uiteraard meer bescherming dan zelfgemaakte mondkapjes.

Bij de geleidelijke heropstart van bedrijven, zullen het respecteren van social distancing en een goede hygiëne de basis blijven. Maar in situaties waarin dit niet voldoende mogelijk is, zullen ook mondkapjes een belangrijke rol kunnen spelen. Als een werkgever na risicoanalyse beslist om mondkapjes te gebruiken - ter aanvulling van zijn overige preventiemaatregelen - dan is die werkgever verantwoordelijke voor het gratis ter beschikking stellen van mondmaskers, het voorzien van instructies om deze goed te gebruiken en het toezicht op het correct gebruik.

Bij uitzendarbeid is het de gebruiker die verantwoordelijk is voor de veiligheid van de uitzendkrachten die bij hem werken. Het is daarom ook de gebruiker, en niet het uitzendbureau, die moet instaan voor de mondkapjes die op de werkplek moeten worden gedragen. De gebruiker moet ook instaan voor het verlenen van de instructies voor een correct gebruik van de mondmaskers.

Het dragen van mondkapjes in niet-werkgerelateerde situaties waar anderhalvemeteren niet kan worden gegarandeerd (vb bij gebruik van openbaar vervoer, in drukke winkels,… ) is een individuele verantwoordelijkheid van elke burger.

PS:

Het gebruik van de beschermende maskers (FFP2, FFP3), bijvoorbeeld in de zorgberoepen, zijn wel persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Deze beschermen immers de drager zelf tegen het arbeidsrisico van Covid-19. Dit type mondmaskers moeten voldoen aan de regels die gelden voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM Verordening EU 2016/425)

Bijkomende info:

Welke soorten mondmaskers zijn er? (info prebes)

Kwaliteit en veiligheid van mondmaskers (info prebes)

Coronavirus: conformiteitseisen voor mondmaskers

7) Veilige uitzendarbeid

Ook vandaag worden uitzendkrachten flexibel ingezet bij telkens een andere gebruiker. En waar op verschillende kantoorplekken werknemers de mogelijkheid hebben om gebruik te maken van telewerk is dit evenwel vaak niet weggelegd voor veel uitzendkrachten. 

Reden temeer om in deze onzekere periode de uitzendkracht goed en duidelijk te informeren m.b.t. de huidige coronaproblematiek. 

Een leidraad voor het uitzendkantoor: 

1. De gebruiker is verantwoordelijk voor de bescherming van de veiligheid én gezondheid van de uitzendkracht werkzaam op zijn werkplek. 

Dat betekent dat de gebruiker bij het onthaal aan de uitzendkracht alle nuttige informatie bezorgt over hoe hij/zij zich kan beschermen tegen een mogelijke coronabesmetting en welke regels er worden gevolgd om collega’s onderling op de werkplek te vrijwaren van mogelijke besmettingen. Hiervoor heeft de gebruiker de nodige risicoanalyses uitgevoerd samen met de preventieadviseurs en arbeidsarts van de interne en externe dienst PBW. 

Op de site van de FOD WASO werden onderstaande regels o.a. opgesomd: 

  • het voorzien van propere en hygiënische werkplekken (zoals bureautafels, toetsenborden) door deze regelmatig te ontsmetten; 
  • het toepassen van een goede handhygiëne door werknemers door het voorzien van handontsmettingsmiddelen op zichtbare plaatsen; 
  • het voorzien van een goede respiratoire hygiëne op de werkplek door het gebruik van papieren zakdoekjes ingeval van hoesten en niezen; 
  • het informeren van werknemers dat ze zich met ziektesymptomen zoals hoest en/of koorts beter niet naar de werkplek begeven; 
  • het voorzien van instructies ingeval iemand ziek wordt met een vermoeden van het hebben van het coronavirus;
  • maximaal respecteren van de regels van social distancing.

 2. Instructies in de taal van de uitzendkracht 

De instructies voor anderstalige uitzendkrachten moet vanzelfsprekend begrijpelijk zijn. Het is soms niet mogelijk om Portugees, Roemeens te spreken met de betreffende uitzendkracht maar toch moet de boodschap duidelijk zijn voor de ontvanger. Hiervoor kan het uitzendkantoor of de gebruiker terugvallen op teksten in de Engelse taal alsook beeldmateriaal. 

Meertalige info over Corona-maatregelen (19 talen)

3. Mogelijkheid van ‘spontaan medisch toezichtbij de arbeidsarts van de gebruiker 

Hoewel de externe diensten PBW zich in deze periode aan het reorganiseren zijn en overgaan tot o.a. telefonische consultaties moeten uitzendkrachten toch nog altijd beroep kunnen doen op de mogelijkheid van ‘spontaan medisch toezichttijdens hun opdracht bij de gebruiker. De uitzendkracht kan hiervoor beroep doen op de arbeidsarts van de Externe Dienst PBW waarbij de gebruiker aangesloten is.

4. Uitzendkracht bewust maken van de belangrijkste hygiëneregels ter voorkoming van coronabesmettingen zoals u ook kan terugvinden op de sites van de externe diensten PBW:

  • Was regelmatig minstens 20 seconden de handen met water en zeep. 
  • Als er geen water of zeep is, kunt u ook een hydroalcoholische gel gebruiken. 
  • Vermijd het aanraken van ogen, neus en mond met ongewassen handen. 
  • Vermijd contact met zieke mensen. 
  • Blijf thuis als u ziek bent. 
  • Bedek uw mond en neus volledig wanneer u hoest of niest. Gooi zakdoeken meteen in de vuilbak. 
  • Reinig en desinfecteer voorwerpen die u vaak gebruikt (pennen, telefoons, handgrepen en andere oppervlakken). 

5. Maak gebruik van de affiches, podcast, e-learning, enz. 

 (NL) 

(ENG) 

(FR) 

(GER) 

  •  
8) Checklist Arbeidsinspectie

Uw uitzendkracht voert ook in deze coronatijd opdrachten uit bij gebruikers in de verschillende sectoren. 

Volgens art. X.2-10 van de Welzijnscodex geniet de uitzendkracht dezelfde bescherming als de vaste werknemers op de werkplek bij de gebruiker! 

Het is belangrijk dat u als uitzendkantoor hieraan de nodige aandacht geeft. Preventie en Interim heeft voor u kort samengevat in bovenstaand tekst hoe de gezondheid van een uitzendkracht kan worden bewaakt op de werkplek bij de gebruiker. Er werden hierbij ook een aantal interessante links meegegeven, in de verschillende talen, mbt de strijd tegen een besmetting van het coronavirus.

Hier is de Checklist preventie COVID 19 die door de Arbeidsinspectie wordt gebruikt bij hun bezoek aan de werkgevers.  

9) Gezondheidstoezicht

Met betrekking tot de Covid-19 pandemie en de laatste berichtgevingen van de verschillende Externe Diensten PBW is het voor de uitzendsector en de gebruikers onduidelijk geworden voor welk gezondheidstoezicht er nog beroep kan worden gedaan op de Externe Diensten PBW. Belangrijk is dat de Externe diensten ook in deze coronacrisis eenzelfde dienstverlening aanbieden voor het gezondheidstoezicht van de werknemers waaronder de uitzendkrachten.

De arbeidsinspectie heeft aan de Externe Diensten bevolen om volgende gezondheidsonderzoeken uit te voeren in de mate dat ze gevraagd worden:

Voor uitzendkrachten en vaste werknemers: 

  1. Voorafgaande gezondheidsbeoordeling
  2. Onderzoeken bij werkhervatting (eventueel bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting)
  3. Spontane raadplegingen
  4. Onderzoeken in kader van moederschapsbescherming (aangepast of ander werk, werkverwijdering)
  5. Vervallen van rijgeschiktheidsattest

Voor vaste werknemers:

  1. Periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen kunnen in overleg met de werkgever worden uitgesteld tot de pandemie onder controle is.
  2. Re-integratieprojecten behoren momenteel niet tot de prioriteit.

De arbeidsinspectie benadrukt dat telefonische consultaties en het vervolgens nemen van beslissingen over de arbeidsgeschiktheid of -ongeschiktheid moeten vermeden worden.

Omdat:

  • Deze kunnen slechts plaatsvinden indien voorafgaand de werknemer door de arts fysiek gezien werd (bv. bij de opvolging van de consultatie: voor bijkomende informatie, voor het meedelen van resultaten van technische onderzoeken,…) en men m.a.w. de werknemer en de specifieke medische context kent.
  • Ten slotte mag men ook niet uit het oog verliezen dat de werknemers die zich op het werk en bij de arbeidsarts aandienen, over het algemeen niet ziek zijn. Zelfs een besmette persoon, die geen symptomen vertoont en dus niet hoest en niest, zal volgens de huidige kennis over het virus geen grote besmettingsbron opleveren. Dit in tegenstelling tot de curatieve sector, waar patiënten met symptomen zich aandienen.
10) Overzichtstabel MO door EDPBW

De arbeidsinspectie heeft haar nota van 19 maart 2020 mbt. het gezondheidstoezicht van de werknemers verfijnd. In onderstaande tabel wordt per type gezondheidstoezicht aangeduid wat u als werkgever in deze periode van Covid-19 kan verwachten van de afdeling gezondheidstoezicht van de Externe Dienst PBW. Er wordt oa. verduidelijkt bij welke gezondheidsbeoordeling fysieke aanwezigheid van de werknemer is vereist

De nota werd gepubliceerd op de site van de overheid en is geldig totdat de pandemie in België onder controle is.

Tableau MO Covid 19

11) Fysieke aanwezigheid uitzendkracht

In de recente nota van de arbeidsinspectie wordt duidelijk bij welke typen van gezondheidsbeoordeling de fysieke aanwezigheid van de werknemer onontbeerlijk is. Uiteraard is hierbij noodzakelijk dat de arbeidsarts tijdens de uitvoering van het gezondheidstoezicht voldoende beschermingsmaatregelen neemt om het risico op besmetting door het coronavirus tot een minimum te beperken. Ook moeten de maatregelen van social distancing in de mate van het mogelijke gehandhaafd worden, zeker in de wachtzaal (bv. door het inplannen van de afspraken opdat er zo weinig mogelijk werknemers tegelijk in de wachtzaal zitten).

Preventie en Interim heeft kort samengevat waarom en wanneer “fysieke aanwezigheid” van de werknemer is aangewezen.

Voorafgaande gezondheidsbeoordeling

De arbeidsarts moet hier een beslissing nemen over geschikt/ongeschikt van de werknemer voor zijn functie/werkpost. Hij baseert zich hiervoor op informatie verkregen via bevraging van de werknemer en op de resultaten van een klinisch onderzoek. Gezondheidsbeoordelingen worden bijgevolg uitgevoerd door de arbeidsarts in fysieke aanwezigheid van de werknemer. Teleconsultaties zijn uitgesloten aangezien de arbeidsarts de voorgeschiedenis van de werknemer hier niet kent.

Rijgeschiktheidsattest

Rijgeschiktheidsonderzoeken worden door de werknemers gevraagd mbt. toekenning of verlenging van het rijgeschiktheidsattest. Deze onderzoeken lenen zich niet tot een onderzoek op afstand via telefoon of videoverbinding maar vereisen een fysieke consultatie van de preventieadviseur-arbeidsarts. Het rijgeschiktheidsonderzoek bestaat uit een algemene bevraging en een algemeen klinisch onderzoek waaronder een uitgebreid oogonderzoek. De arbeidsarts checkt of de bestuurder voldoet aan de wettelijke bepaalde normen voor fysieke en geestelijke geschiktheid.

Werkhervatting

De arbeidsarts moet een beslissing nemen over de geschiktheid of de ongeschiktheid van de werknemer voor zijn functie/werkpost. Naast de informatie die hij verkrijgt door de werknemer te bevragen heeft de arbeidsarts ook hier de resultaten van een klinisch onderzoek nodig. Gezondheidsbeoordelingen worden door de arbeidsarts uitgevoerd in fysieke aanwezigheid van de werknemer. De arbeidsarts kan wel voorafgaand contact nemen met de werknemer om na te gaan of de afwezigheid niet van die aard is dat er een probleem mag verwacht worden bij het hervatten (na verwijdering zwangerschap/borstvoeding, ingreep zonder complicaties, volledig herstel en klachtenvrij zonder nabehandeling,…). Op basis hiervan kan hij oordelen dat er geen tegenindicaties om een telefonisch onderhoud te organiseren om vast te stellen om het werk te hernemen in rubriek F.

12) Telefonisch consultatie

De Overheid laat in welbepaalde gevallen telefonische consultatie toe. De arbeidsarts noteert de uitgevoerde teleconsultatie in vak F op het gezondheidsformulier en in het gezondheidsdossier van de werknemer. Aanvullend kan de arbeidsarts op basis van de telefonische consultatie in vak F voorstellen formuleren om de werkpost aan te passen. De mogelijkheid om consultaties via telefoon of videoverbinding uit te voeren geldt zolang de verstrengde maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, van kracht blijven in België.

Preventie en Interim heeft kort samengevat wanneer precies telefonsiche consultatie is toegelaten bij de werknemer door de arbeidsarts.

Spontane raadpleging

Spontane raadplegingen vereisen niet altijd dat de arbeidsarts een beslissing neemt over de geschiktheid van de werknemer. Mits voorafgaand akkoord van de werknemer kan de arbeidsarts beslissen tot een telefonisch of video gesprek met de werknemer. De werknemer kan ook ter plaatse gaan waarbij social distancing wordt toegepast. De arbeidsarts moet nog altijd, indien aangewezen, de werknemer aan een gezondheidsbeoordeling onderwerpen die dan zal uitmonden op een geschiktheidsbeslissing of hem aanraden om  naar huis te gaan en contact te nemen met zijn behandelend arts (bv. Bij vermoeden van coronabesmetting). Merk op dat raadplegingen die niet beogen de medische geschiktheid na te gaan altijd telefonisch of via videoverbinding kunnen plaatsvinden.

Moederschapsbescherming

Onderzoeken in het kader van moederschapsbescherming kunnen telefonisch of via videoconsultatie worden uitgevoerd. De arbeidsarts heeft al kennis van de gezondheidsrisico’s waaraan de werkneemster tijdens haar werk wordt blootgesteld aangezien hij meewerkt aan de risicoanalyse die de werkgever in het kader van moederschapsbescherming opstelt. Op basis van de resultaten van de risicoanalyse en de informatie die hij krijgt via een gesprek met de werkneemster, kan de preventieadviseur-arbeidsarts een beslissing nemen met het oog op de bescherming van de zwangere werkneemster.

Wat met periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handeling

In overleg met de werkgever kunnen de periodieke gezondheidsonderzoeken worden uitgesteld tot na de pandemie Covid-19.

Tijdens deze periode kunnen de Externe Diensten wel verder gaan met de afname van de medische vragenlijsten op afstand (bv. via internet). In artikel I.4-30, §1, 2°, a) van de codex werd vastgelegd dat mbt. de vragenlijsten een persoonlijk onderhoud moet zijn tussen de arbeidsarts/verpleegkundige en de werknemer. In deze periode kan het evenwel relevant zijn om dit onderhoud te vervangen door een telefonisch gesprek of videogesprek tussen de arbeidsarts of verpleegkundige en de werknemer om alzo inlichtingen te verkrijgen die van belang zijn voor de bescherming van de gezondheid van de werknemer.

Het is uitgesloten dat een arbeidsarts die een bevraging doet van de werknemer op afstand dit beschouwt als een periodieke gezondheidsbeoordeling. Er kan hieruit geen gezondheidsformulier met een beslissing geschiktheid/ongeschikt uit voortvloeien.

Bij uitzendarbeid is er in principe geen periodiek of tussentijds onderzoek voorzien, omdat na het verstrijken van de geldigheidstermijn van het onderzoek, het onderzoek wordt beschouwd als een voorafgaande gezondheidsbeoordeling. Zie hiervoor de PI-circulaire 2019 07.

Telefonische consultaties voor altijd?

Zodra de situatie terug genormaliseerd is, zullen de spontane raadplegingen, de bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting en de onderzoeken in het kader van moederschapsbescherming terug moeten uitgevoerd worden in fysieke aanwezigheid van de werknemers. Het is niet de bedoeling dat deze verandering van werkwijze bestendigd wordt wanneer de pandemie onder controle is: een dergelijke aanpassing van het gezondheidstoezicht vraagt immers een meer diepgaande analyse en een wijziging van de bepalingen van de Codex over het welzijn op het werk waarbij ook de sociale partners moeten betrokken worden.

13) Social distancing

Het doel van social distancing is de kans om contact tussen personen die geïnfecteerd zijn en anderen te verminderen en zo het verspreiden van de ziekte te minimaliseren.

Voor de functies waar telewerk niet kan worden toegepast, moeten de werkgevers de nodige maatregelen nemen om de naleving van de regels van ‘social distancing’ te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van minstens 1,5 meter tussen elke persoon op de werkplek. Die regel is eveneens van toepassing op het vervoer georganiseerd door de werkgever.

Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de cruciale sectoren en essentiële diensten. In deze bedrijven moet, in de mate van het mogelijke, het systeem van telewerk en de regels van ‘social distancing’ worden toegepast. Het betreft voor deze een inspanningsverbintenis, dwz. de onderneming doet er alles aan om de regels te respecteren maar mag niet gesanctioneerd of gesloten worden als het doel niet wordt bereikt.

Voor de andere activiteiten betreft het een resultaatsverbintenis wat inhoudt dat de onderneming de regels strikt moet respecteren en als het doel niet wordt bereikt, ontvangt ze een verwittiging en/of boete en kan sluiting volgen.

Hoe pakken werkgevers dit best aan?

Het is aangewezen dat bedrijven een risicoanalyse uitvoeren waarbij per activiteit/situatie het risico, de evaluatie van het risico en de maatregelen worden weergegeven. Er kan vertrokken worden van de bestaande risicoanalyses in het kader van veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk. Interne en externe preventiediensten zijn de aangewezen diensten om de werkgever hierbij te ondersteunen.

Let op : Een handig hulpmiddel om te verifiëren of de werkomstandigheden aanvaardbaar zijn, is de Checklist preventie COVID 19 die de Arbeidsinspectie gebruikt bij hun inspectiebezoeken.

Zie ook :  "COVID-19: ‘Social distancing’ verklaard"

14) BESACC-VCA

Diplomahouders van wie het diploma (bVCA, VOL-VCA, VIL-VCU,…) na 18 maart 2020 verloopt (of is verlopen), krijgen dispensatie voor een periode tot maximaal drie maanden nadat de overheid haar maatregelen op het gebied van corona, zoals telewerk maximaliseren en afstand houden, intrekt en in elk geval tot 1 juni 2020. Dit betekent dat de dispensatie voorlopig geldt tot 1 september 2020.

Tijdens deze periode mogen de diplomahouders tijdelijk met hun verlopen diploma blijven werken.

Deze regeling geldt ook voor medewerkers van VCA-gecertificeerde bedrijven die binnen drie maanden na hun indiensttreding hun VCA-diploma moeten halen. Voorwaarde is wel dat een ervaren collega (met minimaal een VOL-VCA-diploma) hen bij het werk begeleidt tot het moment dat zij wél succesvol examen hebben kunnen doen.

Zij die niet in de onder 2 hierboven genoemde groepen vallen, kunnen geen beroep doen op de dispensatieregeling. Zij zullen geduld moeten hebben tot examen doen weer mogelijk is, of afspraken moeten maken met hun opdrachtgever.

15) Anderstalige uitzendkrachten

PI heeft als hulp voor de anderstalige werknemers de website www.werkpostfiche.be ter beschikking gesteld in een Engelse versie.

= https://www.workstationsheet.be/en

Deze vertaling biedt niet alleen onze leden, maar ook werkgevers waar uitzendkrachten worden tewerkgesteld, snel en eenvoudig toegang tot alle nuttige informatie om een "werkpostfiche" op te maken, in te vullen en correct in te gebruiken.

Wanner u een buitenlandse gebruiker moet informeren over de Belgische wetgeving met betrekking tot de werkpostfiche, wanneer u geconfronteerd wordt met een uitzendkracht die het Frans of het Nederlands niet machtig is, dan kan deze vertaling uw reddingsboei zijn.

Uitzendkantoren moeten de werkpostfiches bezorgen aan de uitzendkrachten. Aangezien uitzendkantoren vandaag ook op afstand werken is het aangewezen om de werkpostfiches online te bezorgen aan de uitzendkrachten. Dit is heel zeker een aanvaardbare vorm van informatieuitwisseling mits u er wel van te vergewissen dat de uitzendkracht de werkpostfiche daadwerkelijk heeft ontvangen en gelezen.

Wist je dat!

Nu we allen verplicht moeten thuiswerken kan je toch nog alles op onze website doen zonder dat je hoeft te verhuizen! Is dat niet geweldig?

Inderdaad, via onze site kan je de werkpostfiche "online" invullen en versturen (zie de tool "Online invullen werkpostfiche").

Meertalige info over Corona-maatregelen (19 talen) 

16) Info Fedris - Een beroepsziekte?

De heersende COVID-19-epidemie heeft de vraag opgeroepen of de ziekte in bepaalde gevallen als een beroepsziekte kan worden erkend.

Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s, bevestigt dat personen met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, in aanmerking komen voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte.

Daaronder vallen:

  • ambulanciers die betrokken zijn bij het vervoer van COVID-19-patiënten;
  • in de ziekenhuizen:
    • het personeel werkzaam in spoeddiensten en diensten voor intensieve zorgen;
    • het personeel werkzaam in de diensten voor longziekten en infectieziekten;
    • het personeel werkzaam in andere diensten waar patiënten met COVID-19 zijn opgenomen;
    • personeelsleden die diagnostische en therapeutische handelingen hebben uitgevoerd bij patiënten met COVID-19;
  • het personeel werkzaam in andere diensten en verzorgingsinstellingen waar zich een uitbraak van COVID-19 heeft voorgedaan (twee of meer geclusterde gevallen).

In de voornoemde diensten gaat het over alle personen die er werkzaam zijn (medisch, paramedisch, logistiek en schoonmaakpersoneel) en bij wie de infectie in verband kan staan met hun beroepsactiviteit. De regeling geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen.

Gevallen van COVID-19 bij personeelsleden die patiënten behandelen of verzorgen en die niet onder een van de genoemde categorieën vallen, kunnen voor erkenning in aanmerking komen als de ziekte in verband kan worden gebracht met een gedocumenteerd professioneel contact met een COVID-19-patiënt.

Personen die in aanmerking komen, hebben er belang bij een aanvraag tot schadeloosstelling in te dienen. Voor een vlotte afhandeling van de aanvraag is het van groot belang zoveel mogelijk informatie te verschaffen over:

  • de aard van de uitgeoefende beroepsactiviteit in de laatste weken voor het optreden van de symptomen;
  • de medische evolutie van de aandoening (verslagen van artsen);
  • de laboratoriumuitslagen die de infectie door het SARS-CoV-2-virus aantonen; deze uitslagen zijn absoluut noodzakelijk;
  • de duur van de arbeidsongeschiktheid die door de arts werd voorgeschreven.

Fedris staat in voor de verzekering tegen beroepsziekten van werknemers in de privésector, van stagiairs en van personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (provincies, steden, gemeenten, OCMW’s, intercommunales).

17) Rijbewijs en code 95

*** Info voor Vlaanderen ***

Code 95 - Uitstel examens

Alle examens voor het rijbewijs en de basiskwalificatie vakbekwaamheid zijn sinds 13 maart 2020 opgeschort in Vlaanderen.
De examencentra moeten de retributie die betaald werd door de kandidaat waarvan de afspraak voor het vastleggen van het examen valt in de periode van de noodmaatregelen, terugbetalen.
De examencentra moeten na afloop van de periode van de noodmaatregelen, voorrang geven aan de betrokken kandidaten bij het maken van een nieuwe afspraak.

Code 95  - Nascholing (code 95)

De geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid (code 95) op het rijbewijs die vervalt na 15 maart 2020, blijft geldig tot en met 30 september 2020.

Dit wordt geregeld door een KB van 23 april 2020 (BS 07 mei 2020).

Voor de de modules die bij een Vlaams opleidingscentrum zijn gevolgd, wordt de geldigheidsduur van de modules die verstrijkt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2020, verlengd tot 30 september 2020.

Rijbewijs en rijgeschiktheid (medische schifting)

Door een KB van 23 april 2020 (verschenen in het Belgisch Staatsblad op 7 mei) blijven  rijbewijzen die vervallen na 15 maart 2020  geldig tot en met 30 september 2020.

Zowel de rijbewijzen die hun administratieve vervaldatum bereiken (rubriek 4b op de voorzijde van het rijbewijs) als de rijbewijzen waarvan het rijgeschiktheidsattest (de zogenaamde medische schifting) vervalt (zie kolom 11 achter de desbetreffende rijbewijscategorie op de achterzijde van het rijbewijs) worden tot en met 30 september 2020 verlengd. Deze regeling geldt voor alle Belgische rijbewijzen.

18) Jobstudenten

Kunnen studenten, die nu thuis zitten omwille van de Coronamaatregelen,  werken als jobstudent—uitzendkracht ?

De normale regels rond het statuut student blijven ook in deze Covid-19 periode van tel. Als iemand wil werken onder het statuut student, zal hij/zij nog steeds moeten kunnen aantonen dat hij in hoofdzaak bezig is met zijn studies.

De tewerkstelling van jobstudenten is ook slechts mogelijk voor zover dit in overeenstemming is met de maatregelen van de overheid om de verspreiding van het virus tegen te gaan. De gebruiker moet dus de nodige maatreglen nemen om de gezondheid van de jobstudent-uitzendkracht te bewaken en beschermen.

Zoals blijkt uit de mededeling van de FOD WASO wordt volgend onderscheid gemaakt:

1) Meerderjarige student:

Voor studenten die hoger of universitair onderwijs volgen, wordt in principe vanop afstand les gegeven. Indien zij niet deelnemen aan deze lesactiviteiten en gaan werken, kunnen zij in beginsel een studentenovereenkomst afsluiten, doch enkel voor zover uit de feiten blijkt dat zij daarbij nog steeds hun hoofdstatuut van student behouden (zij dienen zich m.a.w. ook nog steeds aan hun studie te wijden).

2) Minderjarige student

Voor studenten die nog aan de deeltijdse leerplicht onderworpen zijn (d.w.z. de jeugdige werknemers tussen 15 en 18 jaar), wordt rekening gehouden met artikel 19bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971.

Hierin wordt gesteld dat:

  • “De tijd, door een jeugdige werknemer - nog onderworpen aan de deeltijdse leerplicht zoals bedoeld bij artikel 1, § 1, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht - besteed aan het volgen van onderwijs met beperkt leerplan of aan een voor de vervulling van de leerplicht erkende vorming, wordt als arbeidsduur beschouwd.

Hoewel de overheid de opschorting van de lessen heeft opgelegd in de onderwijsinstellingen van het middelbaar onderwijs, worden de periodes waarin normaliter lesuren zijn voorzien nog steeds geacht te worden gebruikt voor het studeren.

Bovendien lijkt de tewerkstelling van jeugdige studenten tijdens de normale lesuren in te gaan tegen de wil van de overheid om de verplaatsingen en sociale contacten van eenieder zoveel mogelijk te beperken, zeker daar waar het mogelijke contacten betreft tussen jeugdige personen en mensen die tot de risicogroepen behoren.

19) Psychosociale risico's

Aanpak ‘verzoeken tot psychosociale interventie’ in periode van afzondering

De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) herinnert in een mededeling aan de Externe Diensten PBW (Preventie en Bescherming op het Werk) eraan dat zowel interne als externe diensten PBW alles in het werk moeten stellen om de continuïteit van de activiteiten in verband met formele en informele verzoeken tot psychosociale interventie tijdens deze Covid-19 periode van afzondering te verzekeren.

In de mededeling wordt verduidelijkt op welke wijze interviews kunnen worden georganiseerd en welke middelen kunnen worden gebruikt om documenten m.b.t. de psychosociale interventies te communiceren.

De voorafgaande informatie en het informele verzoek

Als een persoonlijk onderhoud niet meer mogelijk is, kan dit telefonisch worden afgenomen. Verzoeker en tussenkomende partij plegen voorafgaand overleg op welke wijze zij zullen communiceren m.b.t. de overdracht van de documenten. (bevestiging van de keuze van het type informele interventie, bevestiging van de verzoeker, schriftelijke bevestiging van het gesprek). 

De volgende mogelijkheden van overdracht is toegestaan:

  • ofwel het versturen per e-mail van het document dat elektronisch werd ondertekend;
  • ofwel het versturen van een gescand ondertekend document per e-mail;
  • ofwel het versturen van een ondertekend document per brief;
  • ofwel het versturen van een foto van het ondertekend document via smartphone.

Vanuit juridisch oogpunt verzekert de FOD WASO met zijn mededeling dat deze aanpak van elektronische overdracht de verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-psychosociale aspecten (PAPS) belast met het dossier, niet in het gedrang zal brengen.

Formeel verzoek tot interventie

In geval van een formeel verzoek tot interventie kan het gesprek eveneens telefonisch worden gevoerd. Naast de bovengenoemde wijzen van overdracht kan de tussenkomende partij, mits akkoord van de verzoeker, ervoor kiezen het document ter bevestiging van het onderhoud, na afloop van deze Covid-19 periode van afzondering, persoonlijk te overhandigen.

De in ontvangst name van het formele verzoek voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag doet de wettelijke periode van bescherming tegen represailles lopen. Hierbij moet een bepaalde rechtszekerheid gewaarborgd blijven. De regel om het verzoek per aangetekende post te versturen blijft aldus gelden. Dit schrijven wordt geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de verzendingdatum. De bescherming van de verzoeker hangt hierdoor niet af van het al of niet ontvangen van het document door de PAPS zelf.

Om de behandeling van het verzoek door de preventieadviseur-psychosociale aspecten te bespoedigen, stelt de FOD WASO voor om het document van het verzoek tegelijkertijd per e-mail te versturen, samen met een scan of foto van het verzendingsbewijs. De wettelijk voorgeschreven termijnen moeten worden gerespecteerd.

Formele interventie met een hoofdzakelijk collectief karakter

Het indienen van een formeel verzoek met een collectief karakter moet plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen van de Codex. De werkgever zal echter niet verplicht zijn om het Comité voor Preventie en Bescherming te raadplegen, wanneer de meerderheid van de leden telewerkt, tenzij er een teleconferentie kan worden gehouden. Het is ook toegestaan dat de werkgever een risicoanalyse laat uitvoeren door de preventieadviseur-psychosociale aspecten en maatregelen neemt om de blootstelling aan de risico's te stoppen.  De werkgever informeert vervolgens de preventieadviseur-psychosociale aspecten en het management van zijn interne afdeling. Het CPBW zal aan het einde van de periode van afzondering geraadpleegd worden.

Briefwisseling

Bovendien staat de FOD WASO erop dat de preventieadviseur-psychosociale aspecten toegang moeten hebben tot alle aan hem geadresseerde briefwisseling, zelfs als hij het kantoor niet meer bezoekt. De persoon die verantwoordelijk is voor het doorsturen van de post naar hem/haar is gebonden aan discretie.

Het volledige communiqué van de FOD WASO is hier beschikbaar.

Over dit onderwerp, zie ook onze Circulaire CIF 2014 16: De informele en formele interventie

20) Rol preventieadviseur

De preventieadviseur heeft een sleutelfunctie in het bedrijf. Dat blijkt uit een nota van de arbeidsinspectie (Toezicht Welzijn op het Werk) die erop wijst dat de rol van de preventieadviseur in deze periode niet zomaar kan worden gereduceerd. Een voorbeeld is al dat bij tijdelijke werkloosheid van alle werknemers de preventieadviseur andere en nieuwe adviezen zal moeten opstellen zoals met betrekking tot de heropstart van het bedrijf. Voor welbepaalde opdrachten is thuiswerk voor de preventieadviseur wel mogelijk

Wat zegt de Welzijnswet? Een opfrissing omtrent de organisatie van een interne dienst PBW (Preventie en Bescherming op het Werk) bij werkgevers.

Elke werkgever een interne dienst PBW

Elke werkgever is verplicht een interne dienst PBW op te richten. En iedere werkgever beschikt over tenminste één preventieadviseur.

Deze verplichting geldt ook wanner een werkgever geconfronteerd wordt met een verminderde activiteit vanwege de Covid-19 pandemie.

  • Zie artikel 33§1 – Welzijnswet werknemers

Opdrachten/taken interne dienst PBW

Een interne dienst PBW voert de opdrachten en taken uit zoals opgelegd in de Codex Welzijn op het Werk. Voor de taken waarvoor de werkgever niet de nodige kennis in huis heeft wordt verplicht beroep gedaan op een Externe Dienst PBW. Welke taken en opdrachten de werkgever precies kan doorschuiven naar de externe dienst ligt wettelijk vast in de Codex en hangt af van de grootte van zijn/haar bedrijf. Tijdens de samenwerking met een externe dienst PBW blijft de interne dienst PBW verantwoordelijk voor de goede samenwerking en coördinatie met zijn Externe Dienst PBW. Dat houdt oa in dat alle nuttige informatie moet worden bezorgd aan de EDPB die zij nodig heeft voor het vervullen van haar opdrachten.

Opdat alle opdrachten van een interne dienst PBW worden gerespecteerd en uitgevoerd is het nodig dat een interne dienst blijft functioneren.

  • Zie artikelen II.1-4 tot II.6.- Opdrachten/taken interne dienst PBW - Codex Welzijn op het werk
  • Zie artikelen II.1-8 tot II.1-10 - Verdeling taken en opdrachten - Codex Welzijn op het Werk

Wat bij tijdelijke werkloosheid?

Het is denkbaar dat bepaalde opdrachten van de preventiedienst vandaag wegvallen omdat een groot aantal werknemers tijdelijk werkloos zijn. Anderzijds zullen andere opdrachten meer werk vragen van de preventiediensten, omdat het risico van een pandemie en de preventiemaatregelen die moeten genomen worden om dit risico te beperken, in het verleden nog niet of onvoldoende werden geanalyseerd, zoals bijvoorbeeld:

  • Identificatie van nieuwe gevaren door andere werkomstandigheden;
  • Advies verlenen over de resultaten die voortvloeien uit het vaststellen en nader bepalen van de risico’s en maatregelen voorstellen;
  • Advies verlenen over de (aangepaste) organisatie van de arbeidsplaats die aanleiding kan geven tot psychosociale risico’s;
  • Advies verlenen over de hygiëne op de arbeidsplaats;
  • Advies verlenen over het opstellen van instructies met betrekking tot het gebruik van arbeidsmiddelen (ook reinigen) en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • Ter beschikking staan van de werkgever, de leden van de hiërarchische lijn en de werknemers voor alle vragen die rijzen met betrekking tot welzijn op het werk;
  • De organisatie van de (aangepaste) eerste hulp;
  • Verrichten van veelvuldige en systematische onderzoeken op de (aangepaste) arbeidsplaats;
  • Op vraag van de werkgever of op vraag van de betrokken werknemers de werkposten onderzoeken wanneer een werknemer wordt blootgesteld aan de verhoging van de risico’s of aan nieuwe risico’s.

Indeling in grote en kleine bedrijven (A, B, C of D)

De indeling van de werkgevers in groepen (A, B, C of D) gebeurt op basis van volgende twee criteria: het aantal werknemers die zij tewerkstellen en de activiteiten van de tewerkgestelde werknemers. Het aantal werknemers wordt berekend op basis van de tewerkstelling van de vier voorgaande trimesters. Een verminderde tewerkstelling over een beperkte periode zal er dus niet toe leiden dat de werkgever van groep verandert. De indeling in grote en kleine bedrijven maakt de werkgever duidelijk over welk niveau van opleiding zijn interne preventieadviseur moet beschikken. De werkgever dient dus ook tijdens de Covid-19 pandemie over een preventieadviseur te beschikken met het juiste opleidingsniveau die te allen tijde beschikbaar is om zijn opdrachten te vervullen (minimumduur prestaties preventieadviseur).

  • Zie art. II.1-21, §1 - Codex: een bedrijf van de groep A/B dient te beschikken over een preventieadviseur met aanvullende vorming van het eerste/tweede niveau.
  • Zie art. II.1-20 en art. II.4-24 – Codex: een bedrijf van de groep C dient volgens de wettelijke bepalingen te beschikken over een preventieadviseur met minimaal een basiskennis.
  • Zie artikel II.1-2, §1 – Codex: betreft de berekeningswijze van het aantal werknemers.

Wat met overmacht?

De werkgever heeft echter wel de mogelijkheid om de preventieadviseur op gedeeltelijke (deeltijdse) tijdelijke werkloosheid wegens overmacht te zetten. De preventieadviseur kan in dat geval werkloosheidsdagen en arbeidsdagen afwisselen. De werkloosheid moet altijd betrekking hebben op een volledige arbeidsdag. Op het einde van de maand moet er dan een aangifte gedaan worden bij de RVA van de uren tijdelijke werkloosheid van de betrokken maand. Op die manier heeft de preventieadviseur voldoende flexibiliteit om zijn opdrachten te vervullen en is hij op zeer korte termijn beschikbaar.

Comité PBW

Het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) moet geïnformeerd worden en advies geven over de aangepaste organisatie van de Interne Dienst PBW. Het comité moet namelijk de werking van de interne dienst opvolgen. Onder Comité wordt verstaan: het CPBW, bij ontstentenis van een comité, de vakbondsafvaardiging, en, bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, de werknemers zelf, overeenkomstig de bepalingen van artikel 53 van de Welzijnswet werknemers.

  • Zie art. II.7-6 Codex betreffende opvolging werking interne Dienst PBW
  • Zie art. II.1-16, §2 Codex betreffende bepalen minimumduur prestaties preventieadviseur.

Het is belangrijk dat de vergaderingen van het CPBW blijven doorgaan. Dit kan georganiseerd worden via diverse online platformen. Onderwerpen i.v.m. de Covid-19 pandemie die aan bod kunnen komen zijn o.a.:

  • Advies over de maatregelen die het bedrijf neemt in het kader van de Coronacrisis
  • Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (vb. mondmaskers)
  • De (her)inrichting van de arbeidsplaats om te voldoen aan de Coronamaatregelen (zoals social distancing)
  • Psychosociale risico’s door de gewijzigde arbeidsomstandigheden

 



 (NL) 

(ENG) 

(FR) 

(GER)